Curlingouder of niet; het nut van risicovol spelen

“Ik kan er dit jaar even geen curlingouders bij hebben”, sneerde Juf Ank, in het laatste seizoen van De Luizenmoeder. Maar wat is een curlingouder nu eigenlijk? Volgens mij gaat het om het uit de wind houden van je kinderen. Het liefst voorkom je als curlingouder alle mogelijke risico’s en als het dan tóch ergens mis gaat, poets je de teleurstellingen des levens zo snel mogelijk weg. Kniebeschermers in plaats van schaafwonden, dat werk.

Eerlijk is eerlijk, mijn man is diep in zijn hart ook een beetje een curlingouder. “Kijk uit, straks val je” en “Pas op, straks doe je je pijn”, ligt op het puntje van zijn tong als Soof zichzelf voorbij rent, op de vensterbank klimt en er met dezelfde vaart weer afspringt. De waarheid is ook dat hij Soof heus wel vrij wil laten spelen, want hij begrijpt natuurlijk ook wel dat dat goed is voor haar ontwikkeling. Maar simpelweg is hij gewoon bang dat ze gewond raakt. Hiermee gaat hij dus eigenlijk uit van het slechtst mogelijke scenario. Maar red hij daarmee Soof niet al voordat zij überhaupt in de problemen is gekomen?

Vroeger en nu

Vroeger nam je als kind vanzelf risico’s. Je speelde de hele dag buiten, bouwde boomhutten (waar je ook weer uit viel) en kwam zo vanzelf thuis met schaafwonden.  Tegenwoordig zijn deze mogelijkheden voor kinderen steeds beperkter. Omdat onze kinderen simpelweg steeds minder buitenspelen, maar zeker ook omdat wij als ouders hen steeds meer beschermen tegen mogelijke risico’s. Daarbij is het tegenwoordig ook steeds minder de norm om je kinderen zelf te laten ontdekken en risico’s te laten nemen. Kinderen die niet mogen rennen omdat ze dan misschien wel vallen of ‘helicopterouders’ die in speeltuinen boven hun kinderen circuleren om te voorkomen dat ze van een klimrek vallen of -erger nog- ruzie krijgen met een collegakind.

Zo stormde er vorig jaar een woedende moeder op mij af omdat mijn (toen nog) dreumes haar kleuter had gebeten in de glijbaan. Moeder vroeg zich af hoe dit in hemelsnaam kon gebeuren en waarom ik dit niet had voorkomen. En natuurlijk schrok ik me rot van die uiting van apenliefde. Maar buiten het feit dat mijn lichaam niet gemaakt is voor een kinderglijbaan, ga ik mijn dochter niet continue achtervolgen als zij aan het spelen is. Sociaal geaccepteerd is dat dus niet helemaal en ik word dan ook met regelmaat door ouders bekeken of aangesproken als Soof zelfstandig de speeltuin rondstruint. “Ze is daar hoor”, of “Ze klimt op de schommel”. “Ja ik zie het, dank je”, zeg ik dan. Om vervolgens te zien hoe ouders met opgetrokken wenkbrauwen weer verder gaan met het regisseren van hun eigen kroost.

Het nut van risico’s

Maar waarom kunnen we niet gewoon lekker blijven door curlen? Waarom zijn risico’s nou eigenlijk zo belangrijk?

  • Ik kan het!
    Risicovol spelen vergroot het zelfvertrouwen. Door risico’s aan te gaan én te overwinnen voelt je kind een gevoel van ‘ik kan het!’. Je kind zal hierdoor uitdagingen sneller zien als iets om van te genieten, dan iets om te vermijden. Het vergroot daarmee dus ook nog eens het doorzettingsvermogen.
  • Ik weet het!
    Door risico’s aan te gaan, leert je kind cognitieve vaardigheden die nodig zijn om toekomstige risico’s in te schatten en hierop te reageren. Met andere woorden; door vallen en opstaan word je wijs.
  • Ik doe het!
    Door te klimmen, slingeren, rollen, rennen en stoeien ontwikkelt je kind spelenderwijs en helemaal vanzelf allerlei motorische vaardigheden zoals balans, coördinatie en lichaamsbewustzijn.
  • Ik doe het samen!
    Risicovol spelen draagt bij aan ‘sterk in je schoenen staan’. Je kind leert door samen te spelen ook nog eens conflicten oplossen en emoties herkennen.

Balans

Laat ik dan ook eerlijk zijn; ik kan soms een beetje doorschieten in het loslaten van Soof als het gaat om risicovol spelen. Zo viel zij vorig jaar op vakantie nog van een hoog bed, met haar hoofd op een houten plank en heeft ze tijdens het spelen met een tube billencrème de halve inhoud opgegeten. Dat is niet perse goed voor mijn moederhart en al helemaal niet gezond, dus daarin kan ik misschien nog wel eens wat leren van mijn ‘curlingman’.

Uiteindelijk draait het allemaal om de balans tussen vrijheid geven en beschermen. Risico’s hoef je niet uit de weg te gaan, maar tegen gevaren moeten we onze kinderen natuurlijk wél beschermen. Spelen bij open water is voor Soof nu ze 2 is levensgevaarlijk, terwijl dit voor een 12 jarige een risico is. In beiden gevallen ga je hier als ouder dus ook anders mee om.

Door uit te proberen, op te bouwen en vooral te vertrouwen zie je als ouder snel genoeg of je kind het risico (al dan niet zelfstandig) kan nemen ja of nee. Vaak reageren we vanuit een impuls of gewoonte met als bedoeling onze kinderen te beschermen tegen mogelijke pijn. Maar zou het niet eens goed zijn om in zo’n situatie even een stapje terug te nemen, te kijken en je af te vragen wat er nu eigenlijk kan gebeuren? En dat is meestal alleen maar heel erg leuk en leerzaam!

Bron: https://www.veiligheid.nl/risicovolspelen/onderzoek/onderzoek-voordelen

Een ontspannen kinderverjaardag

Hiep Hiep Hoera! 10 juni was het dan zo ver; Soof werd 2!

Jurken: Catwalk Junkie x De Huismuts

Deze bijzondere dag wilden we natuurlijk maar al te graag vieren met slingers, taart en heel veel lieve mensen. Alhoewel, ik herinner mij nog als de dag van gisteren hoe Soof op haar eerste verjaardag totaal overprikkeld en aan mij vastgeklampt de dag doorbracht. Hoe zij bij ieder nieuw gezicht 20 minuten nodig had om te acclimatiseren, om vervolgens weer van voorafgaan te beginnen als de volgende feestganger binnenkwam. Geen succes. En dat wilden we dit jaar dus anders.

Hoe heurt het eigenlijk?

Het vieren van verjaardagen is een eeuwenoude traditie en we zijn gewend om dat te doen ‘zoals het hoort’. En daarom nodigen we mensen uit die we anders amper zien, zitten we verplicht in een kring en ben je puntje bij paaltje vooral aan het rondrennen met koffie, taart en een schaal vol leverworst en oude kaas. Kort samengevat: op een Hollandse verjaardag kun je het beste uitgaan van een worst-kaas scenario.

Hoe dan wel?

Wij wilden Soof’s tweede verjaardag een feestje laten zijn, voor háár. En dat betekent dat we ons maar een ding moesten afvragen, namelijk: Waar wordt zij blij van? En zo bakten we samen een Roodkapje taart en nodigden we enkel vertrouwde gezichten uit. We vierden we haar verjaardag niet in een kring, maar creëerde verschillende zitjes verspreid over de woonkamer en tuin. En last but not least; we zorgden voor ontspannen rituelen. Door te kijken naar wat bij Soof past en los te laten hoe het hoort, maakten we er voor haar een ontspannen en onvergetelijke dag van!

Tips voor een ontspannen verjaardagsfeestje

♥ Laat los ‘hoe het hoort’, maar kijk naar wat past bij je kindje en gezin. Ook als dit betekent dat jullie de verjaardag enkel met elkaar vieren is dit helemaal oké.

♥ Denk na over de betekenis van een verjaardag; het vieren van de geboorte en een nieuw levensjaar. Bedenk (creatieve) manieren om aandacht te hebben voor het levenspad van je kind tot nu toe. Maak het visueel door foto’s te gebruiken of samen een (strip)verhaal te maken.

♥ Wees kritisch op de hoeveelheid visite. Stel jezelf de vraag wie je kindje zou uitnodigen als hij of zij zelf kon kiezen (of laat bij oudere kinderen hen zélf de gastenlijst samenstellen).

♥ Betrek je kindje in de voorbereiding van het verjaardagsfeestje. Bak bijvoorbeeld samen de verjaardagstaart en versier samen de ruimte.

♥ Onderneem een ontspannende activiteit voordat de visite komt. Ga bijvoorbeeld even naar de speeltuin of maak een slinger van leuk gekleurd papier.

♥ Zorg voor selfservice. Zet alle hapjes en drankjes zoveel mogelijk klaar en vertel je visite bij binnenkomst dat ze het zelf kunnen pakken. Zo blijf je niet rondrennen en kun je zelf ook genieten van het feestgedruis.

♥ Ontwikkel verjaardagsrituelen. Denk hierbij aan gezamenlijk ontbijten op bed, het symboliseren van het aantal levensjaren in bloemen of (het maken van) een verjaardagskroon.

Fijne verjaardag voor jou

Een verjaardag is vooral een feestje als je kind zich goed voelt. Uiteindelijk is het vieren van die verjaardag ook helemaal niet bedoeld voor die verre oom of dominante buurvrouw, maar voor jouw kind. En dan vergt het als ouder eigenlijk alleen maar wat moed en creativiteit om er ook echt een ontspannen feest van te maken!

Een ode aan mijn moederlijf!

Hiep Hiep Hoera voor mijn moederlijf! Nu mijn dochter haar tweede verjaardag heeft gevierd verdient het lijf dat haar gebouwd heeft ook een hoeraatje. Een klein feestje, ondanks dat datzelfde lijf misschien wel (een beetje heel erg) veranderd is. Of nou ja, mijn buik vooral. Want ooit, zo’n 3 jaar geleden was hij strak, slank en soms zelfs gespierd. En nu, twee jaar na de geboorte van Soof is hij toch vooral zacht en gestreept. Het accepteren van dat nieuwe lijf ging nu niet bepaald zonder slag of stoot. Nee, dat was een hobbelige en flubberige weg naar acceptatie en zelfliefde.

Zeg maar nee, dan krijg je er twee

Mijn omvang en gewicht namen behoorlijk toe tijdens mijn zwangerschap en al snel leefde ik volgens het motto; ‘waggelen is het nieuwe lopen’. Die extra kilo’s vond ik niet zo erg, dat kon er uiteindelijk allemaal wel vanaf. Mijn allergrootste angst was toch wel een uitgelubberde striaebuik. Nee, mijn lijf moest en zou weer helemaal in oude (strakke) staat terugkeren als de baby er eenmaal was. ‘Terug naar fabrieksinstellingen’, dat was het plan. En daarom smeerde ik mijn ronde babybuik zo’n drie keer per dag, enigszins dwangmatig, in met crèmes en oliën ter waarde van minstens *verstopt zich in een hoekje van schaamte* 400 euro.  En hoewel de verpakking beloofde striae te voorkomen, had een disclaimer ‘zeg maar nee, dan krijg je er twee’ niet misstaan, want voor ik het wist was mijn buik volledig versierd met die o zo gevreesde tijgerstrepen. In korte tijd veranderde mijn lijf snel en heftig. En ik had er geen enkele invloed op. Van strak en slank naar vol en gestreept. En toch droeg ik die extra kilo’s en bolle gestreepte buik met trots. Dat zwanger zijn stond me wel, vond ik!

Uitgelubberde waterballon

Het is 3 dagen na de bevalling. Ik sta voor de spiegel en doe mijn badjas uit. Mijn buik trilt na van de beweging die ik maak en komt al flubberend tot stilstand. Hij is bol en hangt een beetje. Het lijkt wel een soort uitgelubberde waterballon. Het lukt me niet ernaar te blijven kijken. Waar is die mooie ronde babybuik gebleven? Het voelt leeg. Is dít dan wat er van over is? Ik draai een kwartslag en schrik. Van de zijkant lijk ik minstens nog 6 maanden zwanger! Snel trek ik mijn badjas weer aan en probeer ik het beeld uit mijn geheugen te wissen. Dit komt goed, ooit. Toch?

Terwijl mijn organen druk bezig waren hun oorspronkelijke plek weer in te nemen (wat een machtig proces is dat toch eigenlijk hé?), maakte ik mij druk over de buitenkant van mijn blubberbuik. Plaatjes van #fitmoms spookten door mijn hoofd en het gevoel terug te moeten naar een strak lichaam bleef op de voorgrond. Ik begon met diëten en het dragen van een korset, wat mij  (behalve honger en zuurstofgebrek) een beetje hoop gaf op een slanker lijf. Ik voelde me onzeker over mijn flubberlichaam en wilde ervoor zorgen dat ik mijn spiegelbeeld weer kon gaan waarderen. En daar had ik best wat honger en zelfs een samengeperst middenrif voor over.

Het huisje van mijn dochter

Anderhalve maand later sta ik weer voor de spiegel. Mijn lijf is nog niet veel veranderd, maar mijn kijk erop daarentegen wel! De afgelopen weken waren intens. Het krijgen van een kindje had niet alleen mijn lijf, maar mijn hele leven op zijn kop gezet. Mijn dagen bestonden uit voeden, verschonen, knuffelen en troosten. Uit het zorgen voor mijn kindje en het zoeken naar balans. Uit het leren kennen van mijn dochter, van mijn man als vader en mijzelf als moeder. Ik had helemaal geen tijd of behoefte om bezig te zijn met mijn #fitmombody, het was totaal onbelangrijk geworden. Sterker nog; door bezig te zijn met waar het écht om draait werd ik langzaam alleen maar trotser op mijn lijf. Dat lijf van mij had namelijk een hele baby gebouwd! 9 maanden lang is mijn buik de vertrouwde, warme en geborgen plek geweest voor mijn dochter. De plek waar zij mocht groeien, langzaam kennismaakte met mijn geur, stem en lichaam. Waar zij bijna 42 weken in woonde en waar vanuit zij op natuurlijke wijze geboren mocht worden. Mijn moederlijf was haar huisje. Een warm en liefdevol huis waar vanuit zij op de wereld kwam, daar kan ik toch alleen maar héél trots op zijn!

Zelfzorg vanuit zelfliefde

Zowel het dieet als korset belandden al snel in de prullenbak. Ik voelde geen behoefte meer om bezig te zijn met het uiterlijk van mijn lichaam. Geen behoefte meer om mijn lichaam te perfectioneren. Het deed er niet meer toe. Ik was oké, mijn lijf was oké. Er gebeurde tegelijkertijd wel iets anders. Want langzaam voelde ik des te meer de behoefte om -vanuit zelfliefde- aandacht te hebben voor het voeden van mijn lichaam en het zorgen voor mijzelf. En dat deed ik. Ik nam stukje bij beetje meer rust, at gezonder en ging meer bewegen.

En ineens realiseerde ik mij dat je vanuit zelfliefde dus veel makkelijker doelen bereikt! Toen ik wilde afvallen omdat ik mijn lijf niets waard vond, slaagde dit niet. Maar nu ik ditzelfde proces was gestart vanuit zelfliefde, kostte het nauwelijks energie én slaagde het vanzelf!

Terug naar de essentie

En weet je wat nu eigenlijk best grappig is? Mijn zelfvertrouwen is nooit echt ‘je van het’ geweest. Zolang ik mij kan herinneren was ik onzeker over mijn uiterlijk en gedrag. En hoewel ik dat van tevoren dus nooit had kunnen bedenken, heeft het ouderschap daar dus écht verandering in gebracht. Het krijgen van een kindje heeft mij gedwongen om terug te gaan naar de essentie en bedoeling. Wat doet ertoe? Wie ben ik? Wat maakt mijn leven waardevol? Even helemaal zíjn. Ik werd teruggeworpen op mijn werkelijke zelf en ineens voelde ik mij helemaal oké. Nee, ik ben niet perfect en mijn lijf is dat ook niet. Maar het heeft een heel mensje gebouwd. Mijn lichaam is in staat geweest leven te laten groeien én geven. Hoe magisch is dat! En mijn buik? Die is zacht en versierd met strepen.

En nee, dat is niet erg. Het is namelijk een zichtbare herinnering aan wat voor machtig moois er heeft mogen groeien in dat mooie moederlijf! En dus vier ik dat lijf; Hiep Hiep Hoera!

Waarom essentiële oliën zo fijn zijn

Al jaren heb ik de wens om mijn huis meer te “ontgiften”. Want hoewel ik steeds meer natuurlijke producten gebruik, zijn ook schadelijke wierook, chemische schoonmaakmiddelen en geparfumeerde beautyproducten nog steeds aan de orde van de dag. Dat moet toch anders (en vooral natuurlijker) kunnen, dacht ik. Maar waar begin je dan precies?

Dankzij Oli Natuurlijk mocht ik het fijne gaan ontdekken van essentiële oliën. Ik kreeg van hen de Starterskit van Young Living en in deze blog neem ik je mee in mijn ontdekkingstocht!

Essentiële wat?

Het gebruik van essentiële oliën is al eeuwenoud. Maar wat is het nu precies? Deze 100% natuurlijke oliën worden gewonnen uit verschillende delen van een plant, zoals bijvoorbeeld de stengels, schors of wortelen. Essentiële oliën zijn ondersteunend voor het immuunsysteem en hebben genezende krachten, gewoon vanuit de natuur! Het verschil tussen essentiële en etherische oliën is simpel; etherische oliën worden voornamelijk gebruikt voor een lekkere geur. Essentiële oliën bevatten niet alleen een lekkere geur, maar belangrijker nog; een essentiële werking. Één druppel essentiële olie bestaat uit ontelbaar veel zelfregulerende moleculen. Deze moleculen zijn lichaamseigen en dringen door in de cellen van je lijf. En zo wordt de heilzame werking van deze oliën opgenomen door lichaam en geest.

Medicijnen van moeder natuur

Duizenden jaren geleden werden essentiële oliën al gebruikt. Sterker nog: het waren medicijnen. Na het opkomen van de farmaceutische industrie zijn we deze oliën wat uit het oog verloren, maar inmiddels beseffen we gelukkig steeds meer welke (genees)krachtige parels moeder natuur al die tijd al in zich heeft. Steeds meer mensen zijn net als ik bewust bezig met het minderen in gebruik van chemische producten en willen weer terug naar die o zo logische natuurlijke basis. Essentiële oliën kun je als natuurlijk hulpmiddel gebruiken voor allerlei soorten kwaaltjes, zoals verkoudheid, blauwe plekken, hooikoorts, pijnklachten of slecht slapen.

Nou, ontdekken dan maar!

De starterskit van Young Living bestaat uit 12 verschillende essentiële oliën, een diffuser, rollerflesjes en literatuur over de oliën en werking ervan.

Ik besloot meteen te onderzoeken hoe ik deze oliën op vele verschillende manieren kon gebruiken.

Verstuiven in een diffuser

Mijn favoriete manier om de essentiële oliën te gebruiken is toch echt in de diffuser. De diffuser verdampt de olie en zorgt hiermee voor een heerlijke geur in huis. En omdat de oliën van Young Living heel geconcentreerd zijn, heb je aan drie/vier druppels meer dan voldoende om het gewenste effect te bereiken. Dit laatste had ik aanvankelijk nog niet helemaal begrepen, waardoor mijn enthousiasme ervoor zorgde dat de lavendelwalm in mijn woonkamer te vergelijken was met die van een Russische sauna. Zuinig aan dus!

Door verschillende oliën te combineren creëer ik voor iedere gelegenheid de juiste omstandigheden. Zo zorgt Lavender in combinatie met Stress Away voor ontspanning en help de combinatie Peppermint en Lemon om goed te kunnen concentreren tijdens het schrijven.

De diffuser gebruik ik inmiddels dagelijks. De geur Lavender is mijn allergrootste favoriet. De geur herinnert mij aan vroegere vakanties in de Provence en ik slaap écht beter als ik deze olie gebruik in de avond.

Los gebruik

De essentiële oliën lenen zich ook heel goed voor los gebruik. Heeft Soof een blauwe plek? Dan doet twee maal daags een druppel Lavender wonderen. En zo zijn er nog talloze effecten van de verschillende oliën, helpend tegen bijvoorbeeld snurken, blaren, koorts, pijn, huiduitslag en stress.

Mengen die handel

Door oliën te mengen in flesjes (met een rollerdop) kun je ze uitsmeren op de huid. Je vult deze flesjes met een aantal druppels van de gewenste oliën en vult het aan met een plantaardige draagolie (zoals amandelolie of de V6 olie van Young Living). Handig voor thuis, onderweg en op vakantie.

Er zijn een aantal rollers die meteen tot mijn favorieten behoren. Zo zorgt een mengsel van Purification en Lavender bijvoorbeeld voor verlichting van jeuk door een insectenbeet (of de inmiddels beruchte processierups) en een combinatie van Purification, R.C. en Peppermint draagt bij aan een vrije ademhaling bij verkoudheid. Zou dít dan eindelijk de oplossing zijn voor mijn neussprayverslaving?

Do it yourself

Van schoonmaakmiddel tot beautyproduct, de mogelijkheden voor het DIY’en zijn eindeloos. Hier deel ik twee van mijn favorieten;

– Haarmasker

Een potje met kokosolie, 2 druppels Lemon en 2 druppels Lavender. Mijn droge pluishaar is hier heel, heel blij mee!

 – Luchtverfrisser

Deze geur is echt mijn favoriet. Water met 1 druppel Peppermint, 2 druppels Lavender en 3 druppels Stress Away. Mijn dekbed en kledingkast zijn voorzien van een heerlijke en ook nog eens ontspannende geur. En door dit flesje mee te nemen op vakantie, voel ik mij ook in een vreemd bed meteen thuis.

Dit smaakt naar meer!

Nu ik een maand lang essentiële oliën heb mogen ontdekken, is mijn conclusie simpel; ik zou niet meer zonder willen. De starterskit van Young Living kan uiteindelijk alle chemicaliën in mijn huis vervangen! De komende periode zal ik blijven experimenteren, zodat ik mijn natuurlijke medicijnkastje kan uitbreiden. Maar ook schoonmaakmiddel, haarspray en parfum fabriceer ik voortaan zelf. En dat alles gewoon vanuit de natuur!

Deze blog is tot stand gekomen in samenwerking met Oli Natuurlijk. Wil je meer weten van essentiële oliën, een starterskit bestellen of workshop volgen? Neem dan zeker even een kijkje op hun Instagrampagina!

Verliesangst

Ken je dat? Het gevoel van angst wanneer je zó gelukkig bent dat je je afvraagt: wanneer gaat er iets verschrikkelijks gebeuren?

Angst voor verlies

Ik heb dat gevoel eigenlijk al jaren. Zolang ik mij kan herinneren was ik als kind al bang om mijn moeder te verliezen. Ik achtte het zelfs onmogelijk dat zij mijn bruiloft of laat staan bevalling zou meemaken. En toch is dat gebeurd, gelukkig! Nu ik mijn eigen gezin heb, kan diezelfde angst voor verlies mij nog harder raken. Soms gaan mijn gedachten met me aan de haal en stel ik me voor dat ik er alleen voor sta met Soof of er iets vreselijks met een van ons gebeurt. Verlatingsangst heet dat geloof ik, of verliesangst misschien.

Een straf voor geluk?

Volgens mij is verliesangst iets dat wijst op liefde. Je hebt zoveel om van te houden, dat je bang bent het te verliezen. Alsof er een grote donderwolk rondzweeft die ieder moment boven jou openbreekt en al je geluk wegspoelt. Het is voor veel mensen herkenbaar, maar tegelijkertijd is het ook onlogisch dat we bang zijn om gestraft te worden voor geluk. Zoals ik in een lied van Jack Johnson hoorde: “It’s absurd to believe that we might deserve anything. As if its balanced in the end.”

Het zijn maar gedachtes

Dat mijn verliesangst wijst op liefde is wel duidelijk, maar het is ook een angst gevoed door mijn gedachtes. Ik heb in mijn leven veel verloren en ben grootgebracht door ouders die nog veel meer verlieservaringen hebben doorstaan. Je zou dus kunnen zeggen dat het een beetje ‘in mij zit’, maar ik zie steeds meer dat het ook maar gewoon gedachtes zijn. Het zijn niets meer dan hersenspinsels. Gedachten die afleiden van het nu. Het zegt niets over wat er in de toekomst gaat gebeuren en zolang ik mij dat realiseer, kan ik die gedachtes steeds meer loslaten en genieten van wat er nú is. En dat is een heleboel!

Momshaming

Moeder worden is niet niks. En toetreden tot de moederclub al helemaal niet. Maar wanneer je nu precies tot die club behoort staat nergens en of er clubregels zijn al helemaal niet.

Hoor ik er nu bij?

Het is zo’n 2 weken voor mijn bevalling als ik vanaf mijn huis langs een basisschool loop, waar een groepje moeders met elkaar staan te praten. In mijn fantasie zie ik mijzelf daar al staan over een paar jaar, wachtend op mijn dochter die uit school komt met kapotte knieën en mooie verhalen. Een van de moeders kijkt mijn kant op en plots ontvang ik van de hele groep een vriendelijke glimlach en bijna bemoedigend knikje. Ik kijk achterom, daar loopt dus niemand. Nee, deze gebaren zijn echt voor mij bedoeld. ‘Hoi!’ roep ik, enigszins ongemakkelijk en net iets te hard. En met versnelde pas wandel ik door. Eenmaal thuis lig ik de rest van de dag wanhopig voor mijn brievenbus, wachtend op die officiële toelatingsbrief voor de moederclub, want dit wijst er toch wel op dat ik er nu ook echt bij hoor.

Welkom bij de club

Lid worden van een club is iets leuks. Je wordt hartelijk ontvangen, mag een tijdje meekijken en handig; je krijgt het clubregelement uitgereikt met de essentiële weetjes en regels. Er wordt nog niet zoveel van je verwacht, je krijgt de tijd om je plek vinden in de groep en te leren van de clubveteranen. Het is een warm bad en je hoort er helemaal bij. Maar hoe werkt dat nu eigenlijk bij moeders? Toch een beetje anders. Er is namelijk niemand die je welkom heet en je krijgt al helemaal geen tijd om rustig je weg te vinden in het moederschap zonder dat de rest van de club een oordeel over je heeft.

Oordelen

Als jonge moeder stap je in een nieuwe wereld. Een prachtige wereld, vol nieuwigheden, uitdagingen en onzekerheden, maar áltijd overheerst die onvoorwaardelijke liefde voor je kind. Die onvoorwaardelijke liefde is wat ons als moeders verbindt, dat is waarom we bij ‘de club’ horen. En toch is het moeilijk om de ander in haar moederschap niet te veroordelen. Borst- of flesvoeding, werkende- of thuisblijfmoeder, samen slapen of alleen. We hebben er allemaal een mening over en zo kom je in een club terecht die zijn eigen leden veroordeelt.

Afbeeldingsresultaat voor momshaming

Sociale media maken het gemakkelijk om anoniem je oordeel te vellen over de opvoedkundige vaardigheden van een (meestal) onbekende. Momshaming is een relatief nieuwe ‘social media’ term, maar ook in het echte leven geven we onze ongezouten mening zonder helpend te zijn voor de ontvanger. Want in plaats van elkaar te steunen in de verwarrende wereld van het moederschap, stellen we elkaars opvoedkundige vaardigheden (online) aan de kaak en categoriseren we de ander als ‘slechte moeder’.

Mijn ervaring met momshaming

Ook ik krijg te maken met momshaming. Zo kreeg ik begin maart na een krantenartikel tientallen openbare en privéberichten op social media. Deze berichten bestonden uit kritiek, verwensingen, boze berichten en zelfs bedreigingen. Het zorgde bij mij voor een tsunami aan emoties. Het voelde alsof ik werd gepest. Alsof ik er niet toe deed en iedereen mij haatte. Alsof de hele wereld vond dat ik een waardeloze moeder was.

Het overweldigde me en maakte me intens verdrietig. Tot een lieve collega zei: “Je verhaal raakt mensen. Dat ze zo besluiten te reageren betekent dat je iets in hen raakt. Het zegt niets over jou, behalve dat je iets in beweging brengt!”

De gevolgen van momshaming

Momshaming heeft verstrekkende gevolgen. Het tast zelfvertrouwen aan en zorgt voor onzekerheid en schaamte. En bovenal stimuleert het de neiging tot totale perfectie. Want blijkbaar moeten we allemaal voldoen aan het plaatje van ‘de perfecte moeder’. Momshaming zorgt daarbij ook nog eens voor een gesloten (online) cultuur en geïsoleerd leven. En dat klopt niet, als je kijkt naar hoe wij als mens geprogrammeerd zijn. Oorspronkelijk leven wij als mens niet alleen en geïsoleerd, maar samen in een stam. Vroeger droegen moeders de zorg voor de kinderen niet alleen, maar samen met andere stamleden. Er werd voor elkaar gezorgd en van elkaar geleerd, moeders leefden en zorgden samen. Nu, zoveel jaren later zijn we verder dan ooit verwijderd van dat logische stamleven. In plaats van een gemeenschap te bouwen waarin we zorgen delen en leren van de wijsheid van ouderen, trekken we ons terug in ons eigen stenen hut. Maar zou het niet juist fijn zijn, om de lusten én de lasten van het moederschap te delen en te leren van de levenswijsheid van de moeders die al een tijdje meelopen?

Perfecte moeders bestaan niet

Een perfecte moeder zijn is simpelweg niet mogelijk. Want zoals Jill Churchill zei: “There’s no way to be a perfect mother, and a million ways to be a good one.” En als we dat als moeder in al onze vezels weten en voelen, wordt de mening van de ander ineens minder belangrijk. Dan weet je namelijk dat je een goede moeder bent en dat het oordeel van een ander daar niets aan afdoet. En andersom? Realiseren we ons eigenlijk wel voldoende dat iedere moeder datgene doet waarvan zij is overtuigd dat dát het beste is voor haar kind(eren)? Dat doen we namelijk allemaal, vanuit die onvoorwaardelijke liefde. Als we ons daarvan bewust zijn, is in de intentie iedere moeder een goede en liefdevolle moeder.

Adviezen geven mag

Mijn moederschap kenmerkt zich door ‘bewustzijn’. Ik maak bewuste keuzes, niet gebaseerd op angst of ‘wat als’, maar vanuit intuïtie, kennis en oergevoel. En daarbij vind ik het dus ook oké als mensen mij (ongevraagd) advies geven, kritische vragen stellen of zich hardop afvragen of mijn manier nu wel de juiste is. Het houdt mij scherp en ik leer ervan. Het voelt niet bedreigend, omdat ik niet twijfel aan mijn ouderschapskwaliteiten. Niet omdat ik nooit fouten maak, maar omdat ik fouten mag maken van mijzelf. En nee, die vragen of kritiek voelen niet als momshaming, zolang dit in openheid en met respect gebeurd. Momshaming is niet cool en al helemaal niet helpend. Elkaar in de waarde laten en vanuit nieuwsgierigheid van gedachten en visie wisselen wel!

#mamadoeslief

Dus laten we met elkaar een club oprichten voor lieve moeders. Een club waarin we elkaar advies durven te geven omdat we allemaal het beste willen voor onze eigen- en elkaars kinderen. Een club waarin we elkaar steunen omdat we allemaal weten hoe verwarrend het moederschap soms is. Een club waarin we de keuzes van de ander respecteren omdat het voor haar werkt. Een club waarin we elkaar niet naar beneden halen door kritiek, maar elkaar vleugels geven door waardering en het delen van kennis. Een club waarin wij als moeder elkaar steunen, toejuichen en helpen: de club van lieve moeders! Ik ben alvast lid, jij ook? #mamadoeslief

Liefdevol communiceren met je kind

‘Wat ís er toch in godsnaam?!’ mompel ik in mijzelf terwijl ik geïrriteerd, zuchtend en iets te hard door de woonkamer stamp. Het was een korte nacht. We hebben weinig geslapen en dit zorgt voor een hangerige Soof. Niets is goed. Geen boekje, banaan, muziekje of zelfs filmpje zorgt voor een opgeklaard humeur. Ze jammert, hangt aan mijn been en ik? Ik kan er even he-le-maal niet meer tegen.

Liefdevol communiceren

Liefdevol communiceren met je kind. Dat wil toch iedere ouder? Want er is nu eenmaal niets dieper dan de liefde voor je kind, die is onvoorwaardelijk. En het liefst zou ik als moeder áltijd vanuit die onvoorwaardelijke liefde handelen en communiceren. Omdat Soof niet alleen mijn liefdevolle benadering ‘verdient’ als ze zich gedraagt, maar ook (of misschien wel juist) als ze het moeilijk heeft. En hoewel die intentie er dus echt wel is en ik niets liever zou willen dan de perfecte moeder zijn, moet ik eerlijk bekennen dat ik (gelukkig) ook maar gewoon een mens ben.

Stop nou eens met huilen!

Soof hangt aan mijn been. Stampt op de grond en vraagt voor de vijfde keer jammerend om een koekje. Het antwoord en aangeboden alternatief wordt vakkundig afgeslagen en na bijbehorend vocaal protest voel ik de neiging om van alles te roepen waarvan ik altijd dacht ‘dat zou ik nou nóóit zeggen’. Want vanaf het moment dat ik zwanger was (en ook toen Soof als baby zoetjes tegen mij aangeplakt de dag doorbracht), zoog ik als een spons op hoe andere ouders met hun kind communiceerden. Een uurtje in de supermarkt was al voldoende om mijn spreekwoordelijke bingokaart af te vinken met kreten als “Doe normaal!”, “Stop nou eens met huilen” en “Luisteren, nu!”. Ik had er geen direct oordeel over, maar zag wel dat het niet altijd resulteerde in een volgzaam of rustiger kind. Het gevolg was zelfs vooral tegenovergesteld: een escalatie van de situatie met (ter aarde stortend) overstuur kind én gespannen of beschaamde ouder. Dat moet toch anders kunnen dacht ik dan.

Maar goed, dat was toen. En nu, na drie uur durende hangerigheid en oplopende irritatie weet ik even niet meer of ik mij kan blijven inhouden. Het voelt bijna onvermijdelijk om in rap tempo mijn bingokaart vol te maken met al die kreten die ik dacht nooit te gaan gebruiken. De “Stop nou eens met huilen!” ligt op het puntje van mijn tong.

Van hoofd naar hart

In plaats van me te laten meeslepen door mijn gevoel van onmacht en irritatie, besluit ik even te reflecteren op wat er eigenlijk gebeurd. Ik installeer mijzelf in het kleinste kamertje voor een korte pauze. Ik adem even in en uit en maak contact met mijn gevoel. Mijn hartslag verlaagd en mijn schouders zakken. Ik voel me gespannen en realiseer me dat ik erg in mijn hoofd zit en weinig verbonden ben met mijn hart. Anders zou ik namelijk niet zo geïrriteerd mompelen en in plaats daarvan meer vanuit liefde handelen. Dan zou ik empathisch zijn en geduld hebben, mijn dochter knuffelen in plaats van afsnauwen. Want als ik in mijn hart kijk houd ik van haar om wie ze is, niet om wat ze doet. Haar gedrag is niets meer dan een reflectie van emoties. Er is een behoefte waar vanuit zij handelt. En dus is het aan mij die behoefte te achterhalen, vanuit liefde.

Behoefte achterhalen

Natuurlijk kan ik er ook voor kiezen om alleen haar gedrag aan te pakken (door aan te geven dat ik wil dat ze stopt met huilen, of door haar af te leiden). Dit zou misschien ook nog best succesvol kunnen zijn, of in ieder geval voor even. Maar dat is niet wat ik wil, omdat ik erin geloof dat het aanpakken van puur het gedrag alleen de oppervlakte oplost (het gedrag is gestopt maar de oorzaak is er nog), terwijl het achterhalen van de oorzaak de essentie raakt en je vanuit daar in verbinding kunt zoeken naar manieren om die behoefte te vervullen.

Maar hoe doe je dat dan? En welke taal gebruik je om bij die behoefte te komen?

  1. Observeer en reflecteer. Wat gebeurd er nu?
    Ik zie dat Soof hangerig is, mijn nabijheid opzoekt. Daarbij zie ik mijn irritatie en gevoel van onmacht, maar ook mijn handelen gericht op sussen. Er is weinig verbinding.
  2. Erken de gevoelens van zowel jezelf als die van je kind.
    Ik zie bij Soof verdriet en merk bij mezelf irritatie en een gevoel van onmacht.
  3. Onderzoek welke oorzaak en behoefte dit gedrag tot stand heeft gebracht.
    De vermoeidheid naar aanleiding van een korte nacht zorgt voor hangerigheid, behoefte aan nabijheid én mijn korte lontje.
  4. Communiceer met respect en empathie.
    Ik wil haar benaderen vanuit liefde en recht doen aan de oorzaak en haar behoefte.

Natuurlijk wil iedere ouder in de essentie liefdevol communiceren met zijn kind. Ook als hij schreeuwt, je niet begrijpt, er een rommel van maakt of zich onuitstaanbaar gedraagt in de supermarkt. Maar hoe pak je dat aan en welke alternatieven in taal zijn er dan precies? Hieronder een korte handleiding, voor op de koelkast of voor afkoelmomenten op het kleinste kamertje.

zeg dit ipv dat 1

Naar bed

Ik kijk naar Soof. Ik observeer haar een seconde of 20 en pas dan zie ik haar enorme vermoeidheid. Ze staart naar de poes die languit op de poef ligt te slapen en sabbelt op haar speen. Ik ga naast haar zitten, leg mijn hand op haar been en zeg “Je bent moe he liefje?” Knikkend kruipt ze op mijn schoot. “Kom, we gaan naar bed”. Eenmaal boven voel ik ook mijn eigen vermoeidheid, waar vanuit mijn korte lontje is ontstaan. En als ik wil voorkomen dat ik in diezelfde vibe de middag tegemoet ga, moet ik niet alleen de behoeften van mijn dochter serieus nemen, maar ook die van mijzelf. Samen liggen we op bed. Ik geef haar en kus en zeg haar dat ik van haar houd. Na 1,5 uur word ik wakker gemaakt met een dikke zoen en een “Mamaaa, lekker gesjapen?”. Zeker weten, laat de middag maar komen!

Hoe overleef je een huilbaby?

Na een lange, intense maar vooral prachtige bevalling was ze daar dan eindelijk: Soof! Het avontuur van ons leven, wat waren we trots en vol van liefde. Slapen voelde als tijdverspilling en geen uitzicht was mooier dan dat kleine mensje van ons samen.

Van roze wolk naar donderwolk

De kraamweek was -los van het feit dat ik ongeveer net zo mobiel was als een revaliderende bejaarde- een grote roze wolk. Buideluurtjes, badderen, af en toe wat kraambezoek en een heerlijk tevreden (en veel slapende) baby. Na 1,5 week veranderde deze roze wolk langzaam maar zeker in een donderwolk; slecht drinken, onrust en huilen. Heel veel huilen. Zo veel zelfs, dat ik in de weken daaropvolgend continue met Soof in de draagdoek liep, niet meer wist wanneer ik voor het laatst had gegeten en douchen tot overbodige luxe was verheven.

Oer-brein

10 tot 12 uur per dag was ik bezig met het troosten van mijn huilende baby. Ondertussen was mijn brein overgeschakeld naar een soort oer-modus. Ieder huiltje ging door merg en been en sneed dwars door mijn moederziel. Een continue gevoel van acute stress is wat het teweeg bracht. Dat is overigens buitengewoon goed geregeld door moeder natuur. Het huilen van je eigen baby is namelijk een dusdanig pijnlijke prikkel, dat je brein er alles aan wil doen om de behoefte van je baby te vervullen, zodat het huilen stopt. Je wordt als het ware door je eigen oerinstinct aangespoord om jouw kindje te geven wat het nodig heeft. Mooi toch?

Taboe

Maar wat als niets helpt? Voeden, wiegen, boeren, slapen, verschonen, zingen, dragen en buidelen. Wat ik ook probeerde, niets kon ervoor zorgen dat mijn baby stopte met huilen. En ik? Ik huilde met haar mee, voelde me machteloos en bovenal een waardeloze moeder. Want hoe kan het nu zo zijn dat ik mijn eigen kindje niet eens kan troosten? En hoe kan het dat ik niet aan haar manier van huilen hoor welke behoefte ze heeft? Ben ik wel geschikt hiervoor? Waarom ben ik hier eigenlijk aan begonnen? Ben ik dan zo’n slechte moeder?

Onzekerheid, schuldgevoel en zelfs spijt blijkt bij huilbaby-ouders veel voorkomend, maar het bespreken van deze gevoelens en gedachtes is nu niet bepaald de norm en misschien zelfs taboe. “Geniet ervan hé!” en “Ach, baby’s huilen nu eenmaal” is wat er veelal wordt gezegd tijdens kraamvisites. Goed bedoeld, maar het maakt het bespreken van die o zo ingrijpende ervaringen niet gemakkelijker. Want hoe ga je delen met de buitenwereld dat je het ouderschap helemaal niet zo ‘genieten’ vindt als je je hier eigenlijk voor schaamt of verdrietig om bent? En hoe overleef je die huilbaby-periode zonder dat je hier zelf aan onderdoor gaat?

Tips

Sluit een medische oorzaak uit

Iedere baby die verzorgd en geliefd wordt, huilt met een reden. Het onderzoeken en achterhalen van die reden is dan ook van groot belang. Pijn, ongemak, honger of vermoeidheid zijn voor de hand liggende redenen, maar zegt jouw instinct dat er meer aan de hand is? Laat dan altijd onderzoeken of er sprake is van een medische oorzaak!

Osteopathie

In sommige landen brengt iedere pasgeboren baby een preventief bezoek aan de osteopaat. Een osteopaat kan klachten als gevolg van problemen in de zwangerschap, een moeizame geboorte en toenemende onrust, alertheid en overmatig huilen behandelen. Dit wordt gedaan door zachte ‘massage-achtige’ technieken, gericht op het ontspannen en opheven van blokkades in bestaande structuren. Bij veel huilbaby’s brengt osteopathie verandering, omdat niet alle blokkades medisch zichtbaar of behandelbaar zijn, maar wel pijn of ongemak kunnen veroorzaken.

Houd je baby dichtbij

Baby’s zijn gemaakt om te dragen en dichtbij te zijn. En zeker een huilbaby heeft veel behoefte aan troost en contact. Een goede drager helpt om je baby op natuurlijke wijze bij je te houden en te kunnen troosten, zonder je mobiliteit te verliezen. In mijn blog Waarom zou je babydragen? lees je meer hierover. Ook samen slapen kan zorgen voor rustigere nachten en het gevoel van geborgenheid en veiligheid vergroten bij je baby.

Schakel hulptroepen in

Bespreek je ervaringen met mensen die je vertrouwd. Durf je gedachtes en gevoelens te bespreken en vraag om hulp, zowel emotioneel als praktisch. Steun is van essentieel belang! Die vriendin waar je tegenaan kunt kletsen, een familielid die even een stofzuiger door je huis haalt en de buurvrouw die de hond voor jullie wil uitlaten. Schakel de mensen in die in deze periode iets voor je kunnen betekenen.

Opladen

Een huilbaby kost veel, heel veel energie. Dat houdt je natuurlijk wel even vol, maar probeer tijd te vinden om te kunnen opladen. Een middagje Netflixen, bijslapen, uit eten met je partner of gewoon even alleen thuis zijn? Regel oppas en plan even wat oplaadtijd voor jezelf.

Wees kritisch ten aanzien van kraambezoek

Kraambezoek, dat hoort zo. Of niet? Vanaf nu is het alleen nog maar belangrijk om kritisch te kijken naar wat voor jullie werkt. Bovendien heeft een huilbaby meestal geen baat bij extra prikkels en verplicht kroelen met een vreemde. Is kraambezoek voor jou een welkome afleiding en kan je baby er goed tegen? Doen (en vraag ze gelijk een warme maaltijd mee te brengen)! Zorgt het voor nog meer stress? Verban het! Laat je niet leiden door hoe het hoort, maar durf te luisteren naar wat je hart je ingeeft.

Je doet het goed

Schuldgevoelens en onzekerheid zijn veel voorkomend, maar realiseer je dat dit slechts gedachtes zijn. Jij bent niet je gedachtes. Dat je baby huilt zegt niets over jouw ouderschapskwaliteiten. Je bent goed zoals je bent, je doet het goed!

Weet dat dit voorbij gaat

Het klinkt misschien cliché, maar weet: dit gaat voorbij. Al voelt het echt alsof er nooit een einde aan deze fase gaat komen, weet dat het tijdelijk is. Er komt een moment dat je baby wél zelf kan slapen, het vele huilen stopt en je meer en meer kan gaan genieten. Het is loodzwaar maar weet; het gaat veranderen. Echt!

Verwerken

Veel te lang duurde het, voordat we erachter kwamen dat Soof huilde door verborgen reflux. Ze had pijn, heel veel pijn. Osteopathie, dragen en lieve familie zijn onze redders geweest. En heel langzaam veranderde ze van een huilende baby naar een ontspannen en vrolijker meisje. Nou, tijd voor feest, slingers en gebak zou je denken! Maar niets is minder waar. De maandenlange stress, gevoelens van onmacht en het enorme slaapgebrek had er flink ingehakt en zorgde bij mij voor depressieve klachten. Ik voelde me oververmoeid, opgebrand en somber. Maar ook schuld- en onzekerheidsgevoelens kwamen op. Had ik het anders moeten doen? Hoe kan het toch dat ik er zo laat achter kwam waarom mijn lieve kleine meisje zo huilde? Tegelijkertijd kon ik het geluid van huilende baby’s nauwelijks verdragen en dacht ik zelfs gehuil te horen als ik alleen thuis was en stond te douchen.

De hele dag doorbrengen met je huilende baby kan traumatisch zijn. Want zowel een situatie met een huilbaby als een acute traumatische gebeurtenis gaan gepaard met gevoelens van machteloosheid, stress en onzekerheid. Klachten naar aanleiding van een periode met een huilbaby zijn daarom heel logisch en zeker niet overdreven. Het is simpelweg een ervaring die je moet verwerken. En dat kost tijd, aandacht, steun en een hele dosis zelfliefde.

Het ging voorbij

Door hulp en steun van mijn omgeving, bij te slapen wanneer mogelijk én lief te zijn voor mijzelf kwam ik er gelukkig al redelijk snel weer bovenop. Steeds meer kon ik genieten van simpele dingen zoals een mooie zomerdag of fijne muziek. Ik werd sterker, rustiger en bovenal meer en meer een genietende moeder, die achter die donderwolk een stralende zon tevoorschijn zag komen! Dus nu weet ik het zeker; het was tijdelijk. Het veranderde en het ging dus écht voorbij.

Courgetti carbonara

Delizioso, ofwel heerlijk in het Italiaans: pasta carbonara! Een snelle en heerlijk romige maaltijd met doorgaans weinig of geen groentes en véél koolhydraten. Dat moet toch anders kunnen dacht ik. En zo ontstond de koolhydraatarme groentevariant: courgetti carbonara!

Wat dan?

Ingrediënten (voor 5 personen):

  • 2 courgettes
  • 250 milliliter verse (biologische) slagroom
  • 4 eieren
  • 150 gram Grano Padano kaas
  • 250 gram (biologische) spekreepjes
  • 6 takken peterselie
  • 4 tenen knoflook
  • Peper en zout naar smaak

Hoe dan?

Snijd de courgettes met een spiraalsnijder (verwijder af en toe de natte middenstukken van de courgette om te voorkomen dat de courgetti papperig wordt, de buitenkant van de courgette is het meest geschikt voor het maken van courgetti).

Rasp de kaas. Bak de spekreepjes in een koekenpan (zonder olie of boter) goudbruin. Laat ze uitlekken zodra ze goudbruin zijn en zet ze nog even terug op laag vuur. Bak de versgeperste knoflook zo’n 20 seconden mee.

Meng in een kom de eieren met de slagroom en voeg peper en zout naar smaak toe. Bak de courgetteslingers in een pan met 2 eetlepels olie en voeg na 3 minuten het roommengsel toe. Roer tot het ei licht stolt. Voeg de geraspte kaas toe en wacht tot het geheel is gesmolten. Decoreer met peterselie en breng eventueel op smaak met zout en peper.

Buon appetito, eet smakelijk!

Eerste hulp bij driftbuien

Het is een regenachtige woensdagmiddag als ik samen met Soof rondstruin in de stad. Na een uur in de bibliotheek te hebben gespendeerd (waar ze om de 5 minuten luidkeels en enthousiast “Bieeeeb!” rondschreeuwde), zijn we onderweg naar huis in een woonwinkel beland. Dit was natuurlijk niet haar idee, maar goed mama wil ook wel eens wat en Soof heeft besloten dat dit de uitgelezen plek is om verstoppertje te spelen. Allebei blij, helemaal prima.

Explosie in 3, 2, 1..

We lopen de trap op en in de verte zie ik het al. Een reusachtige tipitent, volgehangen met vlaggetjes en bekleed met zachte kussens en een uitnodigend stoeltje. Ik kijk naast me en zie een grote grijns. “Tent! Mama, teeent!” Nog voor ik het goed en wel in de gaten heb stormt Soof (met modderige schoenen) de tent in. Mijn oog valt op een bordje “GEEN speelgoed”. Oké dat is (naast passief agressief) vrij duidelijk. Het liefst zou ik die boodschap trouwens heel recalcitrant negeren vanwege die toon, maar ik zie in mijn ooghoek al een verkoopster met opgetrokken wenkbrauwen, dus ik besluit dat het tijd is om in te grijpen. Ik loop naar Soof toe en zak door mijn knieën. “Wauw, dat is een mooie tent hé?! Je wil er vast graag mee spelen maar dat kan niet, straks gaat hij kapot of wordt hij vies.” Nog voor ik mijn zin heb afgemaakt wordt haar hoofd rood en ontstaan er gebalde vuistjes. “Neeee!”. Plotseling rent ze naar de andere kant van de winkel, om zich vervolgens luidkeels ter aarde te storten met bijbehorend vocaal protest. Oké. Daar sta je dan.. De dag die je wist dat zou komen is eindelijk hier. Ben je er klaar voor? Kun je dat ooit echt zijn?

En dan?

Ik zie dat de verkoopster ons aanstaart en haar wenkbrauwen zijn inmiddels tot grote hoogte gestegen. En al wist ik dat dit moment ooit zou komen en ben ik mij ervan bewust dat dit gedrag volkomen normaal is, ik voel me toch een beetje opgelaten. Ik voel de ogen (en wenkbrauwen) prikken en in mijn gedachten hoor ik de oordelen van het winkelend publiek. Ik besluit even contact te maken met mijn gevoel van ongemak voordat ik Soof benader. Anders zou ik vanuit die emotie wellicht heel anders reageren dan helpend is. Ik adem even in en uit en bedenk mij dat iedere ouder dit vroeg of laat meemaakt en de oordelen van zowel mijzelf als anderen niet belangrijk zijn. Ik zie het als een leermoment voor Soof en mijzelf. Dus, laat die driftbui er maar zijn en laat ik dan vooral kalm blijven.

Ik kijk naar Soof.  Ze ligt nog steeds op de grond en schreeuwt (heel, heel hard) dat ze wil spelen. Tranen rollen over haar wangen en haar voeten stampen op de grond. Ik wil haar troosten, maar word bij iedere poging tot aanraking vakkundig weggeslagen. En terwijl ik naar haar kijk voelt het even alsof ik iets moet. Alsof ik nu degene ben die haar boosheid moet repareren of sussen. Of in ieder geval ervoor moet zorgen dat deze explosie aan emoties weer onder controle komt. En dan realiseer ik me dat het misschien juist heel goed is als ik even helemaal niets doe, behalve er zijn. Want juist ook haar drift en boosheid mag er zijn. Ik wil haar de mogelijkheid geven om met die gevoelens te leren omgaan en ik wil haar niet het idee geven dat ze geen boosheid mag ervaren. Alsof ze er alleen maar mag zijn als ze vrolijk of meewerkend is. Nee, dit mag (en moet zelfs) gebeuren. Ik zet mijn tas neer en ga naast haar zitten. In kleermakerszit een meter bij haar vandaan laat ik weten dat ik er voor haar ben als ze mij nodig heeft, “Mama is hier lieverd, ik ben bij je.”

Troost

Na een aantal minuten zie ik de boosheid veranderen in verdriet. “Wil je even bij mama?” Soof kijkt me aan en strekt haar armen. Ik pak haar vast en geef haar een zoen op haar natte wang. Ze hangt om mij heen, parkeert haar hoofd op mijn borst en snikt “spe-he-len”.  Ik besluit nog even te blijven zitten en haar gevoel woorden te geven door de oorzaak te benoemen. “Je bent verdrietig omdat je zo graag met de tipitent wil spelen hé? Helaas kan dat niet lieverd. Ik snap dat dat niet leuk is.” Soof snikt en herhaalt nogmaals dat ze wil spelen. Ik aai over haar bol en geef aan dat dat in de winkel niet kan. “Kom, we gaan naar huis, dan gaan we daar met de tent spelen”. Soof stemt in, al is het niet van harte. Snikkend en enigszins onrustig draag ik haar naar huis. Ze is moe, en anders ik wel.

Bij thuiskomst is ze de tent alweer vergeten en wil ze na de lunch meteen naar bed. Terwijl ik haar in slaap wieg realiseer ik mij dat ik zeker een kwartier op de vloer van de winkel heb gezeten zonder bezig te zijn met wat er om mij heen gebeurde. Ik voelde me niet opgelaten of beschaamd, was enkel bezig met het kijken naar mijn kind. Ik wilde optimaal afstemmen op haar belevingswereld en helpend zijn in haar zoektocht naar het omgaan met emoties. En door mijn eigen oordelen, verwachtingen en ego even helemaal opzij te zetten lukte dat (zelfs best heel goed)! Ik wist de rust te bewaren, los te laten, af te wachten en te troosten als ze daaraan toe was. Ik kon woorden vinden voor haar gevoelens en het allerbelangrijkste; we hebben de verbinding niet verloren. En zo weet ik dat we in deze zoektocht samen best een weg zullen vinden en voel ik me sterk genoeg om in een druk bezochte winkel gewoonweg een kwartier naast mijn gillende dochter te gaan zitten, als zij dat nodig heeft. Ik voel me moe en voldaan en Soof is inmiddels in een diepe slaap verzonken. Welterusten lief (en soms ook boos) meisje. Hoe je je ook voelt, het is oké. Jij bent oké.