Digitale detox; een weekend offline

Het is vrijdagavond 21.00 uur als ik het zijknopje van mijn telefoon indruk en kies voor de optie ‘uitschakelen’. Ik kan mij überhaupt niet herinneren wanneer de laatste keer is geweest dat ik zelf mijn telefoon uit zette. Hij gaat natuurlijk wel eens vaker uit, maar dat is dan omdat de batterij plotseling leeg is (nadat ik de melding twee keer heb genegeerd). Vervolgens ga ik dan direct geïrriteerd opzoek naar een oplader, in de hoop dat hij meteen weer aanspringt en niet ook nog eens 10 minuten nodig heeft om weer enigszins tot leven te komen. Maar vanavond niet. Ik leg hem op het kastje in slaapkamer en daar blijft hij, tot maandagochtend.

Waarom zonder?

De reden van dit experiment is simpel: ik spendeer meer tijd in de digitale wereld dan ik zou willen. Op Instagram vroeg ik mijn volgers hoeveel tijd zij dagelijks spenderen op hun telefoon. Gemiddeld 3 uur, meer dan een kwart van een werkdag. Sinds de iPhone update krijg ik (ongevraagd) een wekelijks pushbericht met daarin de statistieken van mijn telefoongebruik. Volgens de Big Brother in mijn broekzak spendeer ik gemiddeld *verstopt zich in een hoekje van schaamte* 4,5 uur per dag online. Ik gebruik hem als fototoestel, televisie, radio, notitieblok, gitaarstemmer, kledingwinkel en om de beste versie van andermans leven te bekijken op social media. Op Instagram gaf 70% van mijn volgers aan zijn telefoon minder te willen gebruiken en bijna hetzelfde percentage noemt zichzelf verslaafd. En ja, ook ik kan moeilijk zonder. Iedereen gebruikt zijn telefoon voornamelijk ter ontspanning, maar na telefoongebruik voelt nog niet eens de helft van mijn volgers zich ook echt meer ontspannen dan daarvoor. En ook dat herken ik. Vaak voel ik me eerder opgejaagd dan ontspannen na het bekijken van 26 Instagramstories, het verwijderen van 9 reclamemailtjes en het beantwoorden van 13 whatsappgroepen. Dus, tijd voor digitale detox!

Afkicken dan maar

Direct na het opbergen van mijn telefoon bemerk ik ingesleten patronen waarvan ik me niet eerder bewust was. Het voelt leeg. Geen muziek tijdens het inruimen van de vaatwasser, geen aflevering van een serie op de achtergrond tijdens het doen van de was en geen Facebookverhalen tijdens het tandenpoetsen. Ik realiseer me dat ik eigenlijk zelden één ding tegelijk doe. Bijna altijd is er via mijn telefoon wel enige vorm van afleiding in de buurt en ik hoef in de verte maar een trilsignaal te horen om direct mijn concentratie te verliezen. En omdat ik zo gewend ben geraakt aan die afleiding ben ik tijdens het tandenpoetsen onrustig was aan het verzamelen en sta ik tijdens het inruimen van de vaatwasser mijn nagels te lakken. Eenmaal in bed lig ik een beetje verloren naar het plafond te staren, want nog even de socials checken voor het slapengaan is er nu niet bij. En ergens voelt het alsof ik dat momentje even nodig heb om de overgang te kunnen maken van dag naar de nacht. Dus in plaats van mijn telefoon, besluit ik een tijdschrift te pakken. Na het lezen van twee artikelen voel ik dat ik moe ben. Grappig, want dat gevoel heb ik niet snel wanneer ik met mijn telefoon in bed lig. Dan is het eerder mijn verstand die tot mij spreekt dat ik nu toch echt zou moeten gaan slapen. Ik leg mijn tijdschrift weg en besluit naar mijn gevoel te luisteren; welterusten.

Vakantiegevoel

Zaterdagochtend. Ik word uitgerust wakker en direct komt het besef dat de eerste hele dag zonder telefoon is begonnen. Het voelt niet vervelend of onrustig, ik heb er zelfs best zin in. Samen met mijn man en dochter ga ik naar beneden. We ontbijten, rommelen wat in huis, drinken thee en kletsen over de plannen voor het weekend. En dat alles zonder afleiding van mijn digitale vriend. Het voelt alsof ik niets hoef. Alsof ik met volledige aandacht kan zijn bij mijn gezin, zonder dat er ergens anders ook nog iets van mij verwacht wordt. Na het ontbijt spring ik onder de douche. Ik zie een voorzichtig zonnetje door het badkamerraam naar binnen schijnen en in gedachten hoor ik het nummer ‘Follow the sun’. Fluitend stap ik onder de douche vandaan, wat een ontspannen begin van deze dag. En eerlijk gezegd voelt het zelfs een beetje als vakantie!

Het weekend is gevuld met leuke dingen. Een bezoekje aan de overgrootouders van Soof, een wandeling met z’n drieën en een rondje over de markt. Mijn zus en zwager komen eten en we hebben een gezellige lunch met vrienden in de planning. En nu ik zelf offline ben, valt het mij pas echt op hoe het veelvuldig telefoongebruik is geïntegreerd in onze maatschappij. In de rij voor de kassa staat letterlijk iedereen naar beneden te staren en ook tijdens gesprekken met vrienden of familie wordt de telefoon ongemerkt tevoorschijn gehaald. Op mijn Instagrampoll gaf maarliefst 86% aan zich regelmatig te ergeren aan het telefoongebruik van anderen. En ook ik bemerk irritatie wanneer ik mijn vraag twee keer moet herhalen omdat manlief in gedachten verzonken een YouTubefilmpje bekijkt tijdens ons gesprek. Vreemd toch eigenlijk? Dat we ons bijna allemaal ergeren aan het telefoongebruik van anderen en tegelijkertijd hier zelf net zo schuldig aan zijn. Zouden we niet gewoon veel betere gesprekken en fijner contact hebben juist zónder die afleiding en drang naar nog meer prikkels en informatie?

Back to basic

Inmiddels ben ik al helemaal gewend aan mijn offline bestaan, maar toch zijn er een aantal hardnekkige patronen die de kop op blijven steken. Telkens als we van huis vertrekken voelt het alsof ik iets vergeet en na iedere maaltijd ben ik onbewust opzoek naar mijn telefoon voor een Facebook-Instagrampauze. Gelukkig weet ik op deze momenten de behoefte aan mijn telefoon al snel los te laten en voelt dat dan ook weer meteen bevrijdend. En als ik dan toch behoefte heb aan wat amusement of leesvoer; dan lees ik even de krant of een tijdschrift. Zoals hier, tijdens een bezoek aan een van onze favoriete lunchrooms.

Het is zondagmiddag als ik me realiseer dat ik mijn telefoon helemaal niet meer mis. Voorafgaand aan dit experiment dacht ik mij ontzettend te gaan vervelen of juist een gevoel van onrust te gaan ervaren, maar het tegenovergestelde is gebeurd. Ik ervaar rust, meer ruimte voor gedachtes en creatieve ideeën. Want waar ik voorheen ieder moment van verveling zou opvullen met mijn telefoon, word mijn geest nu vrijgelaten om af te dwalen en te fantaseren. Iets waar ik normaliter dus bijna niet aan toe kom zorgt nu meteen voor het ontstaan van nieuwe inzichten en ideeën. Ik heb ruimte om te filosoferen, na te denken en te voelen zonder enige vorm van afleiding. En dat maakt dit weekend zonder twijfel een van de meest ontspannende weekenden ooit.

Zondagavond kom ik op het punt dat ik op begin te zien tegen morgen; het moment dat ik weer toe zal treden tot de digitale wereld. En natuurlijk heeft het ook voordelen; mijn favoriete muziek weer kunnen luisteren, weer kunnen fotograferen en schrijven. Deze dingen zijn eigenlijk het enige dat ik écht heb gemist deze dagen. De rest is enkel opvulling, tijdverdrijf, noodzakelijk of afleiding. En daarmee zeg ik niet dat dit verkeerd is. Het kan zelfs heel ontspannend werken of nuttig zijn, zolang je maar geen slaaf wordt van het gevoel niets te willen missen, ofwel lijdt aan FOMO (fear of missing out). Nee, dit weekend werd FOMO voor mij JOMO.

En zo kom ik tot de conclusie dat het offline bestaan mij eigenlijk heel goed bevalt en ik hoe dan ook nooit meer terug wil naar die 4,5 uur per dag online. Ik neem mij voor vaste momenten van telefoongebruik in te bouwen en eens per maand een offline weekend in te plannen. Want uiteindelijk is de digitale wereld gewoonweg niet de wereld waarin we leven en leidt het enkel af van het werkelijk zijn in het hier en nu. Ja, dan kies ik toch echt liever voor een leuk gesprek, een moment van verveling of het lezen van een goed boek. Heel gezond, die rust en eenvoud. En op die manier vier ik gewoon stiekem iedere dag een piepklein beetje vakantie!

Creatief en duurzaam speelplezier

De speelgoedkast is goed gevuld. Misschien wel een beetje té goed. Blokken, puzzels, muziekinstrumenten, boekjes, ontelbaar veel spelletjes en een hele lading knuffels. Nee, Soof heeft niets te klagen. En toch kijk ik op deze vrijdagochtend naar mijn dochter, die zich al een uur vermaakt met een leeg pak melk. De dop kan erop en zelfs eraf. En die dop kan ook tussen de tenen trouwens. Hij past ook nog op de neus van de knuffelbeer en fungeert als tomaat bij de lunch. De poezen krijgen een slokje uit het pak en ook de vissen worden voorzien van een melkontbijt. En zo realiseer ik me dat kinderen helemaal niet zoveel nodig hebben en het vooral belangrijk is dat het speelgoed wat ze hebben, de creativiteit, fantasie en verbeelding aanspreekt.

Tijdens mijn zwangerschap en als nieuwbakken moeder, was ik nog helemaal niet zo bezig met het aanschaffen en aanbieden van creatief speelgoed. Maar naarmate Soof ouder werd, bemerkte ik al snel dat haar interesse en plezier in spelen toenam als we speelgoed gebruikten zonder duidelijke bedoeling.

Uitgekauwd speelgoed

Veel speelgoed is (zoals ik dat noem) uitgekauwd’. Het heeft een duidelijke functie en bedoeling. De trein rijdt na een druk op de knop, op de vooraf uitgestippelde route en op het vooraf bepaalde tempo naar het eindstation. Aldaar aangekomen klinkt er een fluit en begint het rondje weer op nieuw. Je begrijpt, hier is weinig ruimte voor eigen invulling en fantasie. Vrijwel de gehele inhoud van het spel is vooraf vastgelegd en daar valt weinig meer aan te verbeelden en sturen. En hoewel je wel aanvoelt dat dit weinig bijdraagt aan de creativiteit en ontwikkeling, hoeft dat natuurlijk niet te betekenen het geen speelplezier oplevert. Mijn ervaring met Soof leert mij echter wel dat zij zich juist langer en intenser vermaakt met speelgoed zónder direct doel.

Antropo-soof

Speelgoed dat je kind uitnodigt om zelf een spel te bedenken en hierin te groeien. In de antroposofie wordt het ook wel ‘open einde speelgoed’ genoemd; speelgoed zonder direct doel. Daarbij is antroposofisch speelgoed gemaakt van duurzame materialen zoals bijvoorbeeld hout, wol of katoen. Dit speelgoed wordt onder eerlijke en milieuvriendelijke omstandigheden geproduceerd en is daarmee voor moeder aarde dus ook stukken beter dan bijvoorbeeld plastic speelgoed.

En nee, echt niet álles waar Soof mee speelt is antroposofisch, maar bijna alles wat ik nieuw koop is dat wel. Omdat het duurzaam is en daarmee goed voor het milieu én omdat Soof er zichtbaar meer speelplezier van heeft.

Maar waar begin je? En welk speelgoed is dan echt een succes? Dat is natuurlijk voor ieder kind weer anders. Toch deel ik graag onze top 3 succesvol, creatief en duurzaam speelgoed. Wie weet inspireert het je tot het aanschaffen of vragen van een mooi, creatief en/of duurzaam speelcadeau.

Top 3 creatief speelgoed

Wobbel

De allergrootste favoriet hier in huis is toch wel echt de wobbel! Soof noemt het de ‘hobbo’ en kreeg hem van ons voor haar eerste verjaardag. Een groot succes, ieder dag opnieuw! De wobbel is een houten board, gemaakt van duurzame materialen (hout, vilt of kurk) en het heeft een enorme aantrekkingskracht op kinderen van alle leeftijden. Soof vindt het prachtig, maar ook het 4 jarige zoontje van mijn vriendin rent er meteen naartoe als zij bij ons thuis komen. De wobbel heeft niet direct een duidelijke functie en precies dat is wat dit speelgoed volgens mij zo leuk maakt. Je kunt er namelijk van maken wat je wil. Een balanceboard, relaxplek, skatebaan, viaduct voor auto’s, glijbaan, poppenkast, verstopplek of toch een wipwap? De mogelijkheden zijn eindeloos en daarmee ook het speelplezier.

Een wobbel en een pak melk, daar gaat Soof vanzelf van lachen!

Het huis van Kikker

Soof is dol op Kikker en zijn vriendjes. En of het nu gaat om de boeken, filmpjes, poppen of het speelgoed; succes gegarandeerd. De verhalen van Kikker zijn liefelijk en harmonieus en bevatten altijd een boodschap van respect, tevredenheid en vriendelijkheid. Dat vindt mama dan ook weer leuk natuurlijk.

En als je zo dol bent op die groene vriend, dan is het hebben van je eigen Kikkerhuis natuurlijk he-le-maal het einde. Soof klopt op de voordeur, draait het huisje om en speelt vervolgens hele (onverstaanbare) scenes met haar favoriete figuren. Ze koken, spelen, eten, dansen en lachen. En dat alles gefantaseerd en geregisseerd door Soof. Een simpele en leuke manier om creativiteit te ontwikkelen.

GRIMMS regenboog

Niets magischer dan een regenboog. Soof kreeg dit prachtige speelgoed voor haar eerste verjaardag van haar oma. En in al het cadeau-geweld en de drukte van haar feestje, had ze eigenlijk alleen maar oog voor deze kleurrijke houten bogen. Het speelgoed van GRIMMS wordt handgemaakt van duurzaam hout en gekleurd met waterbasis- en gifvrije verf. Je kunt de bogen stapelen, als regenboog neerzetten en net als de wobbel kan het met wat fantasie voor van alles fungeren. Duurzaam én creatief, wij zijn fan!

Er was eens Sinterklaas

Sinterklaas. Een oer-Hollands en bovenal magisch feest. Een tijd van gezelligheid, spelletjes en liedjes zingen bij de openhaard. Chocoladeletters snoepen, kruidnoten bakken en Sint en Piet verwelkomen aan de plaatselijke haven.

Hoe ouder Soof wordt, hoe leuker (en ook spannender) ze het vindt. ‘Piet en Klaas’ zoals ze hen nu met haar 1,5 jaar noemt. Ze kan er geen genoeg van krijgen.

Ouder worden betekent niet alleen meer plezier in het feest, het betekent ook dat het Sinterklaasconcept steeds concreter wordt. Voor zowel haar, als voor mij als moeder. Dat is vooral heel leuk, maar het zet mij ook aan het denken. Het betekent namelijk ook dat er een punt komt waarop ik bewust moet gaan liegen tegen mijn dochter, door bijvoorbeeld te zeggen dat die overduidelijke nepbaard wel echt is. Een punt waarop ik moet verklaren hoe het komt dat klasgenootje X een iPad in zijn schoen krijgt, terwijl zij het moet doen met een houten speelgoedolifantje. En dan maar hopen dat ze zichzelf niet heeft overtuigd van het idee dat ze waarschijnlijk niet lief genoeg is geweest voor ook een iPad.

Het zal ook een moment zijn waarop ik haar wijsmaak dat de normen en waarden die ik haar wil meegeven, dus blijkbaar niet gelden voor mij of tijdens deze periode. ‘We liegen niet tegen elkaar, maar tijdens deze periode doe ik dat wel” ..

Eerlijkheid

Want hoe kan ik nu vertrouwen en eerlijkheid pretenderen als belangrijk, als ik dit niet voorleef? Vind ik het echt zo belangrijk om te doen alsof het Sinterklaasverhaal allemaal écht is? Ook als dit ten kosten gaat van mijn eigen visie en principes? En ook als dit wellicht gevolgen heeft voor het toekomstige vertrouwen tussen ons? Het antwoord is simpel; nee, het voelt gewoon niet goed hierover te liegen tegen mijn kind. En hoe langer ik nadenk over het hoe en waarom, des te meer reden ik zie om de waarheid niet onder stoelen of banken te steken.

Sint-stress

Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe. Pieten die je huis ongemerkt betreden terwijl je slaapt en Sinterklaas die je meeneemt naar Spanje als je je misdraagt. Die hele sinterklaasperiode wil nogal eens voor stress zorgen bij kinderen. Zogenoemde Sint-stress is een steeds bekender wordend fenomeen waarbij kinderen in de sinterklaasperiode meer last hebben van angsten, vaker bedplassen en slechter slapen. Logisch ook wel, als je je bedenkt dat er zoveel veranderd voor een week of drie per jaar. En fijn ook, om te bedenken dat deze stress stukken minder kan worden als we niet krampachtig vasthouden aan ‘het geheim’. Want is die behoefte aan het geloof in Sinterklaas nu eigenlijk van het kind of vooral van ons als ouders?

Magie

Je hebt vast wel eens gehoord van dat experiment waarbij een juf zich voor de ogen van de klas verkleed als Piet. Als er gevraagd wordt wie er voor de klas staat antwoordden de kinderen: “Piet!” Magisch denken heet dat. Fantasie en werkelijkheid loopt bij kinderen tot een jaar of 6 flink door elkaar heen. De waarheid over het Sinterklaasverhaal zal dan ook niets afdoen aan de beleving van het feest; het is en blijft magisch, net als een sprookje!

Maar wat zeg je dan?

De magie behouden én een eerlijk verhaal delen over Sinterklaas, dat kan. Ik ben simpelweg van plan om gewoon te vertellen hoe het zit.

‘Er was ooit eens een man die Sint Nicolaas heette. Hij woonde in een warm land en gaf arme kinderen eten en cadeautjes. En omdat we het nu nog steeds zó leuk vinden dat hij dat deed, vieren we in Nederland ieder jaar zijn verjaardag. Dan verkleden mensen zich als Sint of Piet. We vieren feest en geven elkaar snoep en cadeautjes, net zoals Sinterklaas dat vroeger deed bij de armen. En om het feest nog leuker te maken, hebben we er allemaal extra dingen bij bedacht. Zoals dat Sinterklaas een paard heeft die op daken kan lopen, Pieten door de schoorsteen naar binnen komen en ze helemaal uit Spanje met de boot naar Nederland komen. We doen alsof, om te vieren dat Sinterklaas ooit heeft bestaan.’

Soof zal dus weten dat de mensen die Piet spelen, zich ’s avonds afschminken. Dat Sinterklaas een plakbaard heeft en dat het paard waar hij op rijdt, hetzelfde paard is als die van de manege om de hoek. En tegelijkertijd zullen wij, net als de meeste Nederlandse gezinnen, ook gewoon het Sinterklaasfeest vieren. Inclusief intocht, schoen zetten, snoepgoed en natuurlijk pakjesavond. En dat alles doen wij met een verhaal dat niets afdoet aan de waarheid en -minstens even belangrijk- tegelijkertijd ook niets afdoet aan de magie en het plezier van dit fijne en gezellige kinderfeest!

Noors Platbrood

Een traditioneel Noors recept dat zowel gezond als heel erg lekker is! Noors platbrood is mijn all time favorite broodvervanger. Het vult goed, is koolhydraatarm én een bron van goede vetten. Makkelijk te maken en te bewaren want je kunt Noors Platbrood goed invriezen. Ideaal om mee te nemen als lunch!
Uit onderstaand recept haal je +- 7 porties.

Wat dan?

  • 80 gram pompoenpitten
  • 75 gram zonnebloempitten
  • 70 gram sesamzaad
  • 65 gram lijnzaad
  • 130 geraspte oude kaas (Rasp het liefst verse kaas. Kant en klare geraspte kaas bevat namelijk zetmeel en kleurstoffen)
  • 1 eetlepel mayonaise (ik gebruik Calvé Olijfmayonaise)
  • 2 eetlepels Griekse yoghurt 10% vet
  • 3 eieren
  • 1 theelepel wijnsteen bakpoeder
  • Italiaanse kruiden naar smaak
  • Zout naar smaak

Hoe dan?

Verwarm de oven voor op 200 graden. Rasp de kaas en meng dit in een grote kom met de eieren, mayonaise en yoghurt. Voeg de zaden toe samen met de Italiaanse kruiden en het zout. Verdeel het mengsel zo dun mogelijk over bakpapier, hoe dunner hoe knapperiger en smaakvoller het resultaat. Bak het platbrood 20 minuten af en laat het afkoelen voordat je het in stukken snijdt.

Heerlijk met zalm, (zelfgemaakte) eiersalade, roomkaas en komkommer of uit het vuistje.

Mijn bevallingsverhaal

10 juni 2017. De dag dat Soof geboren werd. Het was de dag van nieuw leven, liefde en de geboorte van mijzelf als moeder. De reis naar de ontmoeting met Soof was heftig en intens en de eindbestemming vele malen mooier dan ik mij ooit kon voorstellen.

Van spanning naar ontspanning

41 weken en 4 dagen zwanger. Het is ochtend en ik waggel naar de yogastudio. Mijn lijf voelt gespannen en onrustig. Ik ben moe, verdrietig en onzeker. Dat is pas sinds gisteren, want tot aan het bezoek bij de gynaecoloog voelde ik mij fantastisch! Ja, ik heb formaat walrus en ja, ik heb genkels (geen enkels), maar who cares? Ik draag mijn kindje met trots en voel me fysiek en mentaal sterk. Maar goed, dat was dus vóór mijn bezoek aan de ik-heb-maar-heel-even-en-luister-niet gynaecoloog. In 10 minuten tijd werd ik onderzocht, voorbereid op inleiding, getoucheerd en als klap op de vuurpijl ongevraagd gestript. Ondanks dat ik aangaf de bevalling zo natuurlijk mogelijk te willen laten verlopen en geen gebruik te willen maken van procesversnellers zonder medische noodzaak, besloot de gynaecoloog haar eigen pad te bewandelen en zonder aankondiging tóch te proberen te strippen. Los van het feit dat het totaal zinloos was omdat mijn baarmoedermond nog te ver naar achteren stond, was deze hele ‘goedbedoelde’ interventie zo niet in lijn met mijn wensen. Ik schrok, slaakte een gil van de onverwachte pijn en in plaats van te stoppen sneerde ze dat ik toch even heel snel moest gaan ontspannen. Goed, je begrijpt dat deze hele ontmoeting ervoor zorgde dat ik lichamelijk en emotioneel helemaal op slot ging. Ik voelde dat dit niet ging bijdragen aan een ontspannen bevalling. Mijn zelfvertrouwen en gevoel van regie was totaal verdwenen en daar moest dus heel snel iets mee, want heel veel tijd is er niet meer tot het beroemde moment suprême.

Dus, terug naar de yogastudio. Anderhalf uur verplicht ontspannen. Ik laat mijn spanning los en het helpt mij om de kracht weer terug te vinden in mijn lijf en hart. Ik leg mijn handen op mijn buik en in gedachten praat ik tegen Soof. “Mama is er klaar voor lieverd, zodra jij eraan toe bent”.

Het is 25 graden. Ik wandel van de yogastudio naar het huis van mijn moeder om de hoek. We drinken samen een kop thee in de tuin. Ik hang onderuitgezakt op een stoel, kijk naar de lucht en denk; wat een mooie dag. Misschien word ik vandaag wel mama! Langzaam en in de verte voel ik wat krampen. Of toch niet? Ik durf nog niet te hopen. Ik besluit het los te laten, we zien wel!

Huisje, boompje, weeën

De tuin heeft plantjes nodig. Nu! Mijn man heeft geen zin maar snapt al heel snel dat we toch gaan. Iets met nesteldrang en een hoogzwangere vrouw, daar kun je gewoon niets tegen in brengen. Dus na een snelle lunch slenteren we rond in het tropische klimaat van de Intratuin. Ik voel me goed en een beetje zenuwachtig. Mijn gevoel zegt dat het niet lang meer gaat duren. Tussen het uitzoeken van de plantjes door voel ik de krampen toenemen. Het begint zelfs een klein beetje pijnlijk te worden. Met een lavendelplant in mijn linkerhand sta ik met rechts tegen een wandrek te duwen. Ja hoor ja, dit begint erop te lijken!

Eenmaal thuis krijg ik het op mijn heupen. Ik wil perse een wandrekje ophangen en de plantjes móéten in de grond. Ondertussen verlies ik mijn bloedprop, maar nothing is gonna stop me. Het huis moet af, en wel nu. Met dikke buik en krampen sta ik mijn man te commanderen. Ik heb nog net geen scheidsrechtersfluitje in mijn mond en pas als alles af is voel ik de rust om even pas op de plaats te maken. Het is inmiddels etenstijd maar ik heb geen trek dus ik installeer me op de bank met een kop thee.

Man en moeder, bezig in de tuin

Het echte werk

Vanaf 22.00 uur beginnen de krampen weeën te worden. Samen met mijn man lig ik op bed. We luisteren muziek, kletsen wat en ondertussen timen we de duur van iedere wee. De pijn is nog heel goed te doen, ik kan de weeën liggend opvangen door te ontspannen en te focussen op mijn ademhaling.

Rond middernacht begint de intensiteit van de weeën toe te nemen en lukt het me niet meer de pijn zittend of liggend op te vangen. Inmiddels zijn we verplaatst van slaapkamer naar woonkamer en komen de weeën regelmatiger, iedere 5 minuten een wee van 60 seconden. Een ding is duidelijk; van slapen gaat het niet meer komen, het is nu echt begonnen! De verloskundige is er en ik hang aan de bar in de keuken, met mijn hoofd tussen mijn armen. Wiegend vang ik iedere wee op. Het doet pijn, God wat doet dit pijn. Maar ondanks dat voel ik me goed, heel goed. Ik voel dat ik dit kan, dat mijn lichaam ervoor gemaakt is mijn kindje geboren te laten worden. En ergens voelt het ook alsof we al goed op weg zijn, alsof de ontmoeting niet lang meer op zich zal laten wachten.
Ik vraag de verloskundige te toucheren, omdat ik razendbenieuwd ben naar de ontsluiting. Ik vind het spannend en denk terug aan mijn ervaring in het ziekenhuis. Met veel geduld weet ze me gelukkig al snel gerust te stellen. Ze is lief, luistert goed en geeft mij de regie; precies wat ik nodig heb. Maar helaas, nog geen ontsluiting.

Om 3.00 uur komt de verloskundige weer langs. Ik sta ondertussen nog steeds aan de bar (en de laatste keer dat ik om deze tijd aan een bar stond was een stuk minder nuchter en minder pijnlijk). Ze ziet dat de weeën heftig zijn en spreekt mij moed in. Mijn man staat achter me, wrijft over mijn rug en herinnert me aan het belang van een diepe en ontspannen ademhaling. Ik ben er wel, maar ook weer niet. Met mijn hoofd voorover wieg ik heen en weer en laat ik iedere wee als een golf over mij heen komen. En zo gaan er uren, weeën en ontelbare diepe ademhalingen voorbij, steeds een beetje dichterbij het moment waar het allemaal om draait; het ontmoeten van ons kindje.

De volgende ochtend

Het wordt licht. Ik zie de zon opkomen terwijl ik onder de douche mijn weeën weg puf. Het is half 6 en ik weet niet meer waar ik het zoeken moet. De hele nacht heb ik mijn weeën staand opgevangen, aan de bar, tegen het bed of hangend aan de bank. Ik voel dat de kracht langzaam plaatsmaakt voor vermoeidheid. De verloskundige vertelt mij dat er inmiddels 2-3 centimeter ontsluiting is. Voordat ik mijn teleurstelling kan benoemen spreekt ze haar verwachting uit. “Ik denk dat het vanaf nu zomaar eens heel snel kan gaan”. Dat geeft moed. Ik probeer mijn lichaam wat rust te geven door te gaan liggen, maar merk al heel snel dat deze houding ervoor zorgt dat de pijn niet op te vangen is. Dus daar sta ik weer, puffend en wiegend.

Om 9.00 uur ziet de verloskundige mijn kracht afnemen. De ontsluiting blijft hangen op 2-3 centimeter en ze stelt voor mijn vliezen te breken in de hoop dat de ontsluiting hierna zal versnellen. Ondanks mijn principes om procesversnellers en pijnstilling te weren, zie ik ook in dat het niet veel langer meer moet duren wil ik dit nog vol houden. Dus, daar gaan we; de verloskundige breekt mijn vliezen. Ik verwacht een enorme plas water maar mijn vruchtwater is inmiddels gereduceerd tot een druppel of vier. De kaplaarzen kunnen dus weer in de kast en het matras is gespaard gebleven.

Lentestorm

Vrijwel direct beland ik in een andere wereld. Met een heel stormachtig klimaat ook nog eens, en dat in de lente. De pijn lijkt wel verdubbeld. Wat zeg ik? Verduizendvoudigd! Met geen mogelijkheid lukt het nog de weeën op te vangen. Urenlang probeer ik manieren te vinden om weer in mijn o zo fijne cocon te belanden, maar het lukt niet. De pijn is te snel, te scherp en te hevig. Er zit bijna geen tijd meer tussen de weeën en kan niet ontspannen. Ik lig te kronkelen en kreunen van de pijn. Het is een waas. Ik doe het, maar hoe? Geen idee.
Zes uur later, om 15.00 uur word ik weer getoucheerd. Ik ben er klaar voor hoor, kom maar op met die persweeën. Nou, niet dus. 4-5 centimeter. Ik-kan-niet-meer.

Het ziekenhuis-woord valt. En hoewel ik zo had gehoopt dat ons kindje thuis geboren kon worden, voel ik meteen dat het nodig is te luisteren naar het advies van de verloskundige. Ze ziet dat ik uitgeput raak en ook voor Soof duurt het te lang. Dus daar gaan we. In onze auto die net zo oud is al ikzelf (zonder schokdempers en airco) rijden we naar het ziekenhuis. Ik heb het plan opgevat mijn weeën opzij hangend op te vangen en de enige manier om dit te bewerkstelligen, is door uit een half open autoraam te hangen. Het is een prachtige lentedag. Fietsers, wandelaars en automobilisten  zien in een flits een vrouw met verwilderd kapsel voorbij razen. Ik zie de mensen kijken en  realiseer me dat dit hele tafereel een hilarisch gezicht moet zijn. Erom lachen lukt alleen nog niet, want god wat heb ik een pijn. Mijn man rijdt inmiddels als Max Verstappen, maar dan in een pausmobiel. We zijn er.

Wonderdokters

In het ziekenhuis krijg ik meteen een ruggenprik en langzaam zakt de scherpte van de pijn. Het is alsof ik weer even kan ademen, alsof mijn lijf de mogelijkheid krijgt zich te even ontspannen. Ik voel me rot en fijn tegelijk. Rot omdat mijn lijf lijkt op te geven en het nodig is geweest een ruggenprik te zetten tegen al mijn principes in. Fijn omdat ik voel dat ik weer energie krijg. En dat zal ik hard nodig hebben straks. In een waas roep ik de anesthesist: “bedankt, wonderdokter”.

Om 17.00 uur word ik weer getoucheerd. Mijn lijf is ontspannen en de weeën zijn frequent, maar gek genoeg is er nog geen centimeter bijgekomen. De ontspannen sfeer slaat om, het wordt zelfs een beetje ernstig. De gynaecoloog en verloskundige raden wee-opwekkers aan. Er wordt zelfs gesproken over een spoedkeizersnede. Ik kijk naar mijn man en schud nee. Het is alsof ik droom, ik wil dit niet. Niet nog meer ingrijpen, ik wil zó graag dat mijn kindje zo natuurlijk mogelijk ter wereld komt. En dan realiseer ik me dat ik iedere kans moet grijpen om een natuurlijke geboorte te laten slagen. Dat ik dankbaar mag zijn dat een kamer vol medici bezig is met de gezondheid van mij en mijn kindje.

Wonder

Mijn lichaam heeft een klein zetje nodig gehad, want na 1,5 uur krijg ik de verlossende mededeling dat ik volledige ontsluiting heb. De pijnstilling is gestopt en nu is het wachten op de persweeën. Die blijven uit, maar dan besluit ik dat het tijd is; ik ga persen!

Ik leg mijn hoofd tegen mijn man en mijn hand op mijn buik. “We gaan dit samen doen meisje, nog even en we zien elkaar”. Ik geef alles wat ik heb. De vermoeidheid heeft plaats gemaakt voor oerkracht en ik drijf volledig op mijn instinct. En dan, na 24 uur weeën en 30 minuten persen is daar het allermooiste wat ik ooit heb meegemaakt. Het is 10 juni 2017 om half 8 ’s avonds als de kamer zich vult met licht. Het is alsof de hemel open breekt. Mijn meisje, mijn lieve kleine meisje. Ze komt ter wereld en ik hoor meteen een heel zacht huiltje. Het is het mooiste geluid dat ik ooit gehoord heb. Ze ligt op mijn borst, met haar kleine vingertjes om mijn duim. Haar mooie kleine lichaam op mijn lege flubberbuik. Ik heb een brok in mijn keel. “Mijn lieve meisje, je bent er”. Tranen stromen over mijn wangen en ik kijk naar rechts. Mijn man. De vader van mijn kind. Ik zie een trotse blik in betraande ogen. Wauw, het avontuur is begonnen. Lieve Soof. Al ons later is met jou..

Samen slapen

Het is zondagochtend half 7 als ik wakker word van een vinger in mijn neus. En nee, dat is niet mijn eigen vinger en gelukkig ook niet die van mijn man. Ik open mijn slaperige ogen en zie een speen met daarachter een grote glimlach. Ondertussen port ze nog steeds met haar vinger in mijn neus. Het is Soof’s subtiele wekservice, goedemorgen!
Tja. Wij slapen gewoon heel graag samen. En wakker worden gebeurd dan meestal door onverstaanbare kletspraat, een plotselinge speen in mijn mond of deze ochtend dus met een vinger in mijn neus.
Knus, dat is het in ieder geval altijd. Zeker als je bedenkt dat ons bed zo’n 1.40 breed is en Soof graag languit ligt.

Het zijn net mensen

Ik weet nog goed dat onze kraamhulp zei: “Als ze heeft gedronken en een schone luier heeft, huilt ze zichzelf wel in slaap. Al haar behoeften zijn vervuld, dus oppakken uit de wieg is niet nodig”. Schaapachtig ja knikkend deed ik wat ze zei, want zij zal het toch wel weten dacht ik. Gelukkig voelde ik al snel dat het voor mij heel onnatuurlijk was om Soof niet te troosten en haar van mij weg te leggen. Het resulteerde in een overstuur kind en een ongelukkige moeder. En in plaats van te drijven op adviezen en theorieën besloot ik vanaf dat moment alleen nog maar te doen wat mijn moedergevoel mij ingaf. Dat was zo moeilijk niet, want het enige dat ik nog hoefde te doen was kijken naar mijn baby. Welke behoefte heeft ze nu werkelijk? En toen zag ik meteen dat die behoeftes niet stopten bij een schone luier en volle maag. Nee, ze had ook gewoon behoefte aan nabijheid en een hele bak liefde. Ach ja, baby’s zijn net mensen.

Taboe

Samen slapen is nogal taboe. Al snel wordt het bestempeld als verwennerij of zelfs gekoppeld aan een gebrek aan opvoedkundige vaardigheden. “Je komt er nooit vanaf” en “Zo leert ze nooit alleen slapen”. De kritiek vloog ons om de oren. Voor ons is samen slapen echter een bewuste keuze geweest, omdat wij geloven dat kinderen nu eenmaal behoefte hebben aan nabijheid, ook (en misschien wel juist) ’s nachts. De noodzaak werd mij alleen al duidelijk door mij te verplaatsen in mijn baby. Een klein wezentje, totaal afhankelijk. Nog geen idee van hoe de wereld in elkaar zit, alleen op een kamertje en niet wetende of papa en mama er überhaupt nog wel zijn bij het wakker worden. En hoe fijn is het dan de nabijheid te ervaren van die enige veilige haven; je ouders.

Nog los van het gevoel van veiligheid is samen slapen volgens mij ook gewoon hartstikke natuurlijk. Want is er überhaupt een diersoort dat zijn jong een hol verder te slapen legt? Oude volksstammen kennen het principe van eigen slaapkamers niet eens en daarnaast heeft samen slapen ook allerlei bewezen positieve effecten. Het stimuleert de hersenontwikkeling, hechting én vitale functies zoals ademhaling en hartritme. Daarbij vermindert het de kans op wiegendood aanzienlijk, omdat je als ouder signalen eerder oppikt. Een heleboel voordelen dacht ik zo. Maar gek genoeg duurde het toch een hele tijd voor ik stopte met uitleggen en verantwoorden naar mijn omgeving. Inmiddels beantwoord ik kritiek meestal met het antwoord dat Soof voor haar 18e verjaardag vast voorkeur zal geven aan haar eigen bed. En dat ze tot die tijd (en zelfs daarna) toch echt altijd welkom is!

Veilig

Als nieuwbakken ouder hoor je de vreselijkste verhalen als het gaat om de risico’s van samen slapen. Daarom deden wij goed onderzoek naar veilig samen slapen. En dan doen wij dus zo:

  • Houding: als een baby op zijn rug ligt is het gezichtje vrij, waardoor je het risico op verstikking voorkomt. Soof ligt vaak in rugligging en op borsthoogte. Ik lig ernaast op mijn zij met mijn onderste arm boven haar hoofd.
    Als je je knieën oprekt zorg je ervoor dat je baby als het ware in een soort kommetje ligt. Veilig, want hierdoor kan hij in bed zowel niet naar boven als beneden.
  • Temperatuur: samen slapen zorgt voor warmte en een hoge lichaamstemperatuur kan gevaarlijk zijn, dus kleden wij Soof niet te warm. Ook zorgen we voor voldoende frisse lucht. Zo staat er bij ons altijd een raampje open.
  • Dekens: alle dekbedden en kussens aan de kant, want voor je het weet frummelt je baby zich onder het dekbed en dat kan gevaarlijk zijn. Soof draagt s’nachts een slaapzak, zodat ze geen deken nodig heeft om zichzelf warm te houden.

Alle lievelingsmensjes verzamelen!

Naast alle voordelen vinden wij samen slapen ook gewoon reuze gezellig. We brengen als volwassenen toch ook niet voor niets graag naast onze partner de nacht door? Dat is nu eenmaal fijner dan alleen. En dat kan wat mij betreft dan ook prima met een lievelingsmensje extra. Knuffelen tijdens het slapen, haar geur die mij als de lekkerste parfum bedwelmt en bovenal relaxed wakker worden met z’n drieën. Zolang wij het alledrie fijn vinden zie ik dus gewoon echt geen reden ons bed niet te delen. Want wat is er nu mooier dan dag én nacht door te brengen met je lievelingsmensjes? Dat slaapt pas écht lekker!

Koolhydraatarme boterkokoskoek

Boterkoek en kokosmakronen, ik ben er dol op! Helaas staan de originele recepten bomvol suikers en koolhydraten en daarom probeerde ik een (heerlijk en goed gelukt) alternatief; de koolhydraatarme boterkokoskoek!

Wat dan?

  • 210 gram roomboter
  • 65 gram kokosrasp
  • 180 gram (biologisch) amandelmeel
  • 4 eieren
  • 1 vanillestokje
  • Een scheutje citroen
  • 100 ml slagroom
  • Een snufje zout
  • Zoetstof naar smaak

Hoe dan?

Verwarm de oven voor op 180 graden. Meng het amandelmeel samen met de kokosrasp in een kom. Snijd het vanillestokje in de lengte door de midden en gebruik de botte kant van het mes om de zaadjes uit de lijst te raspen. Voeg de vanille toe aan het mengsel in de kom.

Snijd de citroen in vieren en pers een scheutje sap. Voeg dit toe samen met de vier eieren en een snufje zout.

Smelt de roomboter in een pannetje en voeg dit tegelijk met de verse (ongeklopte) slagroom toe. Meng het geheel door elkaar met een spatel en voeg zoetstof toe naar smaak (ik gebruik vloeibare Stevia).

Vet de boterkoekvorm in (ik gebruik er een met een diameter van 24 centimeter) en verdeel het beslag.

Bak de koek in ongeveer 30 minuten gaar, laat even afkoelen en eet smakelijk! Ook lekker in combinatie met rood fruit.

Voedingswaarde per 100 gram:

  • 11.7 gram eiwit
  • 53.7 gram vet
  • 4.8 gram koolhydraten

Te zien in Toscane

Toscane, een van mijn favoriete vakantiebestemmingen. Cipressenlanen, heerlijk eten, pittoreske dorpjes en prachtige landschappen. Ja, doe mij maar zo’n vakantie hoor! En toch zijn niet alle bekende Toscaanse hotspots even kind- en rustvriendelijk. En dat leek ons tijdens een eerste vakantie met dreumes nu juist wel zo handig en fijn. Gelukkig kwamen we al snel tot de ontdekking dat er heel wat fijne plekken zijn. Benieuwd? Lees dan hier mijn top 5 kind- en rustvriendelijke Toscaanse must-sees!

Boeddhistisch dorp Istitutio Lama Tzong Khapa

Het is bijna 9 uur en we staan aan de kleurrijke poort van ‘het boeddischtische dorp’, zoals Tzong Khapa ook wel genoemd wordt. Het instituut fungeert als hét boeddhistische centrum van Italië en is een van de grootste van Europa. Voor veel mensen is dit klooster en retraitecentrum de plek om spiritueel te ontwikkelen en lezingen bij te wonen van leraren zoals de Dalai Lama.
Bij aankomst voel ik onmiddellijk de heersende rust en de fijne vibe. We lopen door de kleurrijke poort over het pad en worden begroet door twee wandelende monniken. Het is nog vroeg. Er wordt koffie gedronken, gemediteerd, gelezen en gewandeld. Toeristen zie ik niet. Het voelt alsof we het dorp voor ons alleen hebben. Het ochtendlicht schijnt door de olijfbomen op de wapperende Tibetaanse vlaggen. In de verte zie ik alleen maar bergen. Ik kijk naar links en zie Soof. Ze rent rond alsof het haar thuis is.

Ze geniet van de kleurrijke omgeving, wijst naar de vlaggen, gebedsmolens en de afgebeelde dieren op de stoepa’s (boeddhistische bouwwerken).

Na een kop koffie op het terras wandelen we verder. Op het pleintje voor het hoofdgebouw komen we een aantal monniken tegen. Soof zwaait, lacht en wordt begroet met een ‘namaste’. Onder de indruk en met een lach op ons gezicht vervolgen we onze wandeling op een van de meest inspirerende plekken waar ik ooit ben geweest.

De stoepa’s (bedoeld om belangrijke leraren te eren) zijn kleurrijk en indrukwekkend groot.

Op de gebedsmolens staan mantra’s en gebeden. Iedereen is vrij aan de gebedsmolens te draaien omdat dat positiviteit en goede energie de wereld in zendt.

Het hoofdgebouw dient als klooster, bibliotheek en les- en meditatieruimte.

Het instituut is een heel bosrijk gebied, wat er bijna sprookjesachtig uitziet. Er zijn veel gebedstuinen en smalle wandelpaden, onder andere bedoeld voor meditatieve wandelingen.

Tropisch Toscane op Vada strand

Na een korte wandeling vanaf de parkeerplaats zie ik in de verte een aqua blauwe zee en prachtig wit zandstrand. Tropisch Toscane, dat kun je van Vada wel zeggen! Spiaggia Bianca, zoals de Italianen het noemen, is een kleine baai waar we de hele dag doorbrengen terwijl we ons wanen in een ver tropisch oord.

Ik zie weinig toeristen, het strand wordt voornamelijk door locals bezocht. Families die aan eigen meegebrachte tafels hun pasta nuttigen, Italiaanse vrouwen in stringbikini die selfies maken in de zee en Afrikaanse strandverkopers met een heleboel hoeden, kleden en zonnebrillen. Ja, genoeg te zien op Vada strand!

De oorzaak van dit tropische plaatje is een heel stuk minder romantisch dan het eruit ziet. Het verkleurde water en zand wordt namelijk veroorzaakt door afvalwater van een verderop gelegen sodafabriek. Desondanks de moeite waard om eens te bezichtigen en (omdat het een natuurlijk mineraal betreft) veilig om in te zwemmen.

Een aantal tips:

  • Neem eigen eten en drinken mee (er is namelijk geen horecagelegenheid).
  • Parkeer je auto gratis én dichtbij door te rijden naar Via Pietro Gigli in Rosignano Solvay. Je loopt dan in zo’n 50 meter richting het strand.

Castagneto Carducci

Het is ochtend en we arriveren in een schattig pittoresk Italiaans dorpje met smalle steegjes, drogende was aan het balkon en cappuccino drinkende opa’s op het terras. Vol verwachting gaan we opzoek naar de markt. En hoewel we daar met twee kramen toch iets meer van hadden verwacht, heeft dit kleine dorpje toch een beetje mijn hart gestolen.

Castagneto bestaat uit één hoofdstraatje dat langzaam naar beneden loopt. Bovenaan zien we een prachtig oude kerk waar we naar binnen gaan.

Onderweg naar beneden lopen we langs een heleboel kleine terrasjes, winkeltjes en pittoreske steegjes. Bij het pleintje slaan we rechtsaf en komen we uit op een speeltuin met prachtig uitzicht over de bergen. Een aanrader voor als je met kinderen dit dorpje bezoekt.

De allerlekkerste pizza en het allermooiste uitzicht (en al helemaal met zonsondergang) kun je wat mij betreft vinden bij Ristorante Il Vecchio Frantoio.
Een tip: Reserveer wel even, want dit restaurant  wordt door de locale bevolking veel bezocht en je wil natuurlijk wel een plek op het terras.

Baai van Baratti

En de award voor meest kindvriendelijke strand ooit gaat naar.. de baai van Baratti! Geen gedoe met parasols om schaduw te creëren, want op dit strand liggen we onder de mooiste parasols ooit; bomen!

Vanaf ons stekkie lopen we in zo’n 30 seconden naar de zee. De baai is prachtig. Zowel links als rechts zie ik rotspartijen. We besluiten de zee in te gaan. Dat kan hier (ook met kinderen) heel goed, want het water is warm en de zee loopt langzaam af.

Een aantal tips:

  • Bezoek de baai in de ochtend (en het liefst buiten het hoogseizoen) als je zin hebt in rust en een parkeerplekje wil in de buurt.
  • De fijnste strandtent; Bagno Baratti.

Bolgheri

Onderweg naar Bolgheri rijden we langs de wijnvelden en olijfgaarden uiteindelijk over Viale dei Cipressi; een 4 kilometer lange cipressenlaan. Vakantiegevoel: check!

Door de kasteelachtige stadspoort komen we het oude dorp binnen. Een pittoresk plaatje; smalle steegjes, kleurrijke bloemen en kleine koffietentjes.

En als je dan toch in Italië bent, kan een heerlijk Italiaans ijsje natuurlijk niet ontbreken. Het allerlekkerste (en voor Soof haar allereerste) ijsje hebben we dan ook gegeten bij Caffe’ della Posta. Een aanrader!

Wanneer je opzoek bent naar leuke souvenirs in de vorm van streekproducten kun je in dit dorp goed slagen. Maar ook wijnliefhebbers kunnen in Bolgheri hun hart ophalen want het dorp staat bekend om zijn heerlijke en prestigieuze wijnen.

Draag maar raak

Als je (voor het eerst) zwanger bent, vliegen de adviezen rondom het vervoeren van je kindje je om de oren. Autostoeltjes, kinderwagens, reiswiegen, draagzakken en draagdoeken, de keuze is reuze.

Nog voor Soof werd geboren hadden wij onze eerste draagdoek al in huis. Een van de velen blijkt nu, want onze collectie is inmiddels uitgebreid naar twee draagdoeken en twee draagzakken.

Eerlijk gezegd stak ik tijdens mijn zwangerschap meer tijd  in het uitzoeken van een mooie en fijne kinderwagen en was de draagdoek meer iets ‘voor erbij’. Tot Soof er eenmaal was, want zij besloot al heel snel dat de draagdoek haar huis werd waar zij een flink aantal maanden semi-permanent in woonde.

Draagdoek: Didymos prima-aurora. Wallen: Soof.

Trots droeg ik Soof overal mee naar toe. Maar het duurde niet lang voor ik de eerste (goedbedoelde) adviezen kreeg. Allemaal gestoeld op angst; ”jullie verwennen haar”, ”zo leert ze nooit alleen slapen” etc. etc. En als pasgeboren ouder (want ja, dat ben je als je voor het eerst moeder wordt) was ik behoorlijk emotioneel en een tikkie beïnvloedbaar op z’n tijd. Ieder advies zette mij aan het denken, want ik wilde het goed doen. Maar wat is dat? Goed? Volgens mij is het pas ‘goed’ als je luistert naar je gevoel én naar je kindje. Als je durft te drijven op je instinct, los van angsten, verwachtingen en de drang naar goedkeuring van anderen. En pas als je echt kunt kijken naar dat wat je kindje vraagt, kun je hierop inspelen en je kindje geven wat het nodig heeft. Baby’s hebben nu eenmaal niet alleen behoefte aan voeding, een schone luier en slaap, ze hebben ook gewoon mamahonger.

Logisch

Eigenlijk is de behoefte van een pasgeboren baby om gedragen te worden ontzettend logisch en natuurlijk.

9 maanden lang is zo’n babytje in de buik onlosmakelijk verbonden met de moeder. En logischerwijs is de moeder dan ook, zeker in het prille begin van zo’n mensenleventje, de enige veilige plek. De hartslag, de stem, de geur. Dat is het enige vertrouwde in die grote onbekende wereld. Die o zo nodige veiligheid bieden en mamahonger stillen was voor mij dan ook een heel natuurlijke stap en de draagdoek een enorme uitkomst (want ja, je wil natuurlijk ook gewoon wel eens je handen vrij). Vanuit de veilige plek op mijn borst kon Soof de wereld merkbaar beter behappen. Ze genoot van het huidcontact, prikkels werden afgeschermd en als ze wilde kon ze vanuit haar minihuisje door het raampje naar buiten gluren. Al snel huilde ze minder, sliep ze langer en raakte ze langzaamaan op haar eigen tempo vertrouwd met de wereld buiten de doek.

Draagdoek: Little Frog linnen barite

Doe maar lekker oer

Naast het feit dat de behoefte aan nabijheid vanuit het perspectief van zo’n pasgeboren frummel dus heel logisch te verklaren is, is dragen instinctief en oer-gezien volgens mij dus ook gewoon heel logisch.

Kijk bijvoorbeeld naar de apen. Die moeders slingeren hun pasgeborenen letterlijk overal mee naar toe, dragen het kindje het grootste gedeelte van de dag.

Oude volksstammen, Afrikaanse volkeren en Indianen. Allemaal bevolkingsgroepen die in hun leefwijzen dichterbij de natuur staan, de oerinstincten niet zijn verloren. Zij dragen hun kindjes allemaal. Zijn wij in het Westen niet gewoon een beetje vervreemd geraakt van deze natuurlijke manier van omgaan met baby’s? Door ze in een bak voor ons uit te duwen, in plaats van dicht tegen ons aan te houden? Natuurlijk gezien past dragen gewoon heel goed bij de behoeftes van een baby, niets geks aan dus volgens mij!

Het dragerdoolhof

Het kiezen van een draagdoek of draagzak is nog een hele klus. Er is namelijk ontzettend veel keuze, niet alleen in design maar ook in draagcomfort. Daarbij is dragen ook heel persoonlijk. Wat voor de een wel werkt, werkt voor de ander weer niet.

Ikzelf vond het eerste half jaar voornamelijk de draagdoeken het meest prettig in gebruik. Door de stevige en toch zachte stof kon ik de doeken op verschillende manieren knopen en Soof in een strak buideltje tegen mij aan dragen. Maar ook draagzakken zijn (eventueel met een verkleiner) prima te gebruiken bij pasgeboren baby’s.

Nou, heb je er al zin in gekregen? Hier een aantal tips voor het aanschaffen van een drager:

  • Koop je drager in de winkel. Ja goede tip joh, logisch denk je nu natuurlijk. Ik bedoel vooral dat het handig is verschillende dragers te proberen voor je er een aanschaft. Door de stof te voelen, te oefenen met knopen/klikken voel je of de drager bij je past. Ik heb ooit een draagzak via internet besteld (omdat ik het printje zo mooi vond), maar ik heb hem dus echt nooit gebruikt. Er zijn gespecialiseerde draagwinkels waar je naartoe kunt voor advies en om de dragers zelf uit te proberen. Vonden wij erg fijn!
  • Het knopen van een draagdoek lijkt ontzettend ingewikkeld, maar écht: oefening baart kunst. Een tip voor als je het spannend vindt om meteen met je baby te oefenen; gebruik een pop. Zo kom je erachter welke knoop het beste bij je past en raak je vertrouwd met de doek.
  • Let op de maten van de drager en of deze zowel door jouzelf als desgewenst door je partner te gebruiken is. Een iets te lange draagdoek is niet erg (dan knoop je gewoon extra), maar een te korte draagdoek kan gevaarlijk zijn omdat je dan niet goed kunt knopen.

Een eigen huis..

Soof is inmiddels 15 maanden en hangt nog steeds heel graag op onze rug of borst. Tijdens een lange wandeling, na een drukke dag of wanneer ze behoefte heeft aan rust doet ze niets liever dan haar lijf tegen dat van ons parkeren. En hoe fijn is het dat zij nog steeds haar eigen minihuisje heeft waarin ze zich zo af en toe kan terugtrekken, weg van alle prikkels. En tot ze ‘uit huis gaat’, draag ik haar met alle liefde overal naartoe.

Draagzak: Tula Free to Grow Marigold. Rok: By Moïse.

Courgette-avocadosoep

Een klein applausje voor de avocado! Want wat is dat toch een heerlijke vrucht. En bij toeval ontdekte ik dat avocado dus ook reuze lekker is door de soep. Ik had namelijk geen zuivelspread, kookroom of iets anders in huis om de soep romiger te maken en besloot het daarom eens te proberen met een avocado.

Een succes dus! En daarbij ook nog eens een heel simpel én gezond soepje dat Soof ook regelmatig gulzig weg slurpt.

Wat dan?

Ingrediënten voor 4 personen:

* Ik gebruik low-salt en kaliumvrije groentebouillon zodat Soof ook kan mee eten, maar je kunt natuurlijk ook gewone groentebouillon gebruiken.

Hoe dan?

Snijd de courgettes in plakken en vervolgens in kwarten. Snipper de ui en zet een soeppan op middelmatig vuur met 2 eetlepels olijfolie. Fruit de ui en pers of hak ondertussen de knoflookteen. Voeg deze toe samen met de courgetteblokjes. Knoflook kun je beter niet tegelijk met de ui fruiten omdat het dan sneller aanbrandt. Daardoor krijgt knoflook namelijk een bittere smaak.

Roerbak het geheel 2 minuten en maak ondertussen de groentebouillon klaar. Voeg de groentebouillon toe en laat het geheel 10 minuten afgedekt op laag vuur koken. Snijd ondertussen de avocado in grove stukken.

Haal de soep van het vuur, voeg de basilicum en avocado toe en pureer het geheel met een staafmixer tot een romige soep. Vind je de soep wat te dik? Voeg dan extra water toe.

Breng het geheel op smaak met wat extra peper en zout en decoreer eventueel met wat basilicum.

Eet smakelijk!