Eerste hulp bij driftbuien

Het is een regenachtige woensdagmiddag als ik samen met Soof rondstruin in de stad. Na een uur in de bibliotheek te hebben gespendeerd (waar ze om de 5 minuten luidkeels en enthousiast “Bieeeeb!” rondschreeuwde), zijn we onderweg naar huis in een woonwinkel beland. Dit was natuurlijk niet haar idee, maar goed mama wil ook wel eens wat en Soof heeft besloten dat dit de uitgelezen plek is om verstoppertje te spelen. Allebei blij, helemaal prima.

Explosie in 3, 2, 1..

We lopen de trap op en in de verte zie ik het al. Een reusachtige tipitent, volgehangen met vlaggetjes en bekleed met zachte kussens en een uitnodigend stoeltje. Ik kijk naast me en zie een grote grijns. “Tent! Mama, teeent!” Nog voor ik het goed en wel in de gaten heb stormt Soof (met modderige schoenen) de tent in. Mijn oog valt op een bordje “GEEN speelgoed”. Oké dat is (naast passief agressief) vrij duidelijk. Het liefst zou ik die boodschap trouwens heel recalcitrant negeren vanwege die toon, maar ik zie in mijn ooghoek al een verkoopster met opgetrokken wenkbrauwen, dus ik besluit dat het tijd is om in te grijpen. Ik loop naar Soof toe en zak door mijn knieën. “Wauw, dat is een mooie tent hé?! Je wil er vast graag mee spelen maar dat kan niet, straks gaat hij kapot of wordt hij vies.” Nog voor ik mijn zin heb afgemaakt wordt haar hoofd rood en ontstaan er gebalde vuistjes. “Neeee!”. Plotseling rent ze naar de andere kant van de winkel, om zich vervolgens luidkeels ter aarde te storten met bijbehorend vocaal protest. Oké. Daar sta je dan.. De dag die je wist dat zou komen is eindelijk hier. Ben je er klaar voor? Kun je dat ooit echt zijn?

En dan?

Ik zie dat de verkoopster ons aanstaart en haar wenkbrauwen zijn inmiddels tot grote hoogte gestegen. En al wist ik dat dit moment ooit zou komen en ben ik mij ervan bewust dat dit gedrag volkomen normaal is, ik voel me toch een beetje opgelaten. Ik voel de ogen (en wenkbrauwen) prikken en in mijn gedachten hoor ik de oordelen van het winkelend publiek. Ik besluit even contact te maken met mijn gevoel van ongemak voordat ik Soof benader. Anders zou ik vanuit die emotie wellicht heel anders reageren dan helpend is. Ik adem even in en uit en bedenk mij dat iedere ouder dit vroeg of laat meemaakt en de oordelen van zowel mijzelf als anderen niet belangrijk zijn. Ik zie het als een leermoment voor Soof en mijzelf. Dus, laat die driftbui er maar zijn en laat ik dan vooral kalm blijven.

Ik kijk naar Soof.  Ze ligt nog steeds op de grond en schreeuwt (heel, heel hard) dat ze wil spelen. Tranen rollen over haar wangen en haar voeten stampen op de grond. Ik wil haar troosten, maar word bij iedere poging tot aanraking vakkundig weggeslagen. En terwijl ik naar haar kijk voelt het even alsof ik iets moet. Alsof ik nu degene ben die haar boosheid moet repareren of sussen. Of in ieder geval ervoor moet zorgen dat deze explosie aan emoties weer onder controle komt. En dan realiseer ik me dat het misschien juist heel goed is als ik even helemaal niets doe, behalve er zijn. Want juist ook haar drift en boosheid mag er zijn. Ik wil haar de mogelijkheid geven om met die gevoelens te leren omgaan en ik wil haar niet het idee geven dat ze geen boosheid mag ervaren. Alsof ze er alleen maar mag zijn als ze vrolijk of meewerkend is. Nee, dit mag (en moet zelfs) gebeuren. Ik zet mijn tas neer en ga naast haar zitten. In kleermakerszit een meter bij haar vandaan laat ik weten dat ik er voor haar ben als ze mij nodig heeft, “Mama is hier lieverd, ik ben bij je.”

Troost

Na een aantal minuten zie ik de boosheid veranderen in verdriet. “Wil je even bij mama?” Soof kijkt me aan en strekt haar armen. Ik pak haar vast en geef haar een zoen op haar natte wang. Ze hangt om mij heen, parkeert haar hoofd op mijn borst en snikt “spe-he-len”.  Ik besluit nog even te blijven zitten en haar gevoel woorden te geven door de oorzaak te benoemen. “Je bent verdrietig omdat je zo graag met de tipitent wil spelen hé? Helaas kan dat niet lieverd. Ik snap dat dat niet leuk is.” Soof snikt en herhaalt nogmaals dat ze wil spelen. Ik aai over haar bol en geef aan dat dat in de winkel niet kan. “Kom, we gaan naar huis, dan gaan we daar met de tent spelen”. Soof stemt in, al is het niet van harte. Snikkend en enigszins onrustig draag ik haar naar huis. Ze is moe, en anders ik wel.

Bij thuiskomst is ze de tent alweer vergeten en wil ze na de lunch meteen naar bed. Terwijl ik haar in slaap wieg realiseer ik mij dat ik zeker een kwartier op de vloer van de winkel heb gezeten zonder bezig te zijn met wat er om mij heen gebeurde. Ik voelde me niet opgelaten of beschaamd, was enkel bezig met het kijken naar mijn kind. Ik wilde optimaal afstemmen op haar belevingswereld en helpend zijn in haar zoektocht naar het omgaan met emoties. En door mijn eigen oordelen, verwachtingen en ego even helemaal opzij te zetten lukte dat (zelfs best heel goed)! Ik wist de rust te bewaren, los te laten, af te wachten en te troosten als ze daaraan toe was. Ik kon woorden vinden voor haar gevoelens en het allerbelangrijkste; we hebben de verbinding niet verloren. En zo weet ik dat we in deze zoektocht samen best een weg zullen vinden en voel ik me sterk genoeg om in een druk bezochte winkel gewoonweg een kwartier naast mijn gillende dochter te gaan zitten, als zij dat nodig heeft. Ik voel me moe en voldaan en Soof is inmiddels in een diepe slaap verzonken. Welterusten lief (en soms ook boos) meisje. Hoe je je ook voelt, het is oké. Jij bent oké.

 

 

 

 

4 gedachtes over “Eerste hulp bij driftbuien

    • eenbeetjehippie zegt:

      Wauw. Dank je Sofie! Ik hoopte dat ook altijd en gelukkig lukt het me meestal goed! En soms ook niet. Als ik bijvoorbeeld haast heb of moe ben is mijn geduld en vermogen om ‘in het moment te zijn’ ook stukken minder. Achteraf baal ik dan maar ik bedenk me ook dat het niet erg is, moeders zijn allemaal ook maar gewoon mensen! En die kwetsbaarheid mogen (nee, moeten!) onze kinderen ook zien. Bedankt voor je lieve reactie!

      Like

  1. Maya zegt:

    Mooi geschreven. Vooral het gedeelte dat je beseft dat je even helemaal niks moet doen en je dochter boos en verdrietig mag zijn.
    Ik hoop dat ik bij de volgende woede aanval van mijn dochter van drie ook de kracht zal hebben om een meter van haar af te gaan zitten en wachten tot ze weer toenadering zoekt. Het is vooral de buiten wereld die mij opgelaten laat voelen en ik anders handel dan ik zou willen, wat vaak averechts werkt.

    Liked by 1 persoon

    • eenbeetjehippie zegt:

      Hoi Maya,
      Wat mooi om te lezen! Ik herken ook dat het moeilijk kan zijn om vanuit je eigen hart te blijven handelen als je last hebt van omstanders en hun priemende blikken en oordelen. Dat weten helpt mij al wel, wat natuurlijk niet betekent dat het mij ook altijd lukt om afgestemd te blijven op mijzelf en Soof. We zijn gelukkig ook maar mensen! 🙂

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s